Congo - Dagboeken - Jeroen's dagboek 2004
DAG 0: VLUCHT EO 101
Zaventem wordt wakker, het is acht uur 's morgens. Mondjesmaat komen reizigers gepakt en gezakt aan in de vertrekhal van de luchthaven. De incheckbalies openen de deuren en dadelijk is er een mensenvloed die zich naar de hostessen begeeft. Het discussiëren en onderhandelen over de hoeveelheid bagage kan beginnen. Zelf moeten wij ons daar niet al te veel van aantrekken, het is een taak die door één van de Salesianen met glans wordt uitgevoerd. We reizen dit jaar af met 4 personen en hij weet ons prima door de mensenzee te loodsen. Aan de zijkant, achter de afspanning staan onze chauffeurs ons uit te wuiven. Nog eventjes afscheid nemen van het thuisfront en de poorten naar Centraal-Afrika gaan open...
Eénmaal op het vliegtuig is het zoeken naar onze plaats en vooral naar een plaatsje voor onze handbagage. Uiteindelijk blijkt dat we die helemaal achteraan in het vliegtuig moeten achterlaten. Ready for take-off. Lubum, here we come!
Na een dikke zeven uur vliegen komen we aan in Kinshasa. Vanuit het kleine vliegtuigraampje merken we dat de SN-vlucht net is aangekomen en zich weer klaarmaakt om koers te zetten naar Brussel. Ondertussen worden op de onze vlucht de passagiers die in Kinshasa verblijven verzocht het vliegtuig te verlaten. Wij, de Lubum-reizigers, moeten nog even geduld koesteren vooraleer we kunnen overstappen op de volgende vlucht. Alles verloopt erg vlot (niet dadelijk wat je kan verwachten op een luchthaven zoals die van Kinshasa...).
Zo'n twee uur later komen we aan op "L'aéroport international de Lubumbashi" (de landingsbaan heeft er net iets meer scheuren dan die van Zaventem en het luchthavengebouw is bijna zo groot als het station van Leuven). Aan de ingang staat in grote letters: Bienvenue à Lubumbashi, ville de la paix. Na de laatste berichtgevingen uit Congo, die in België circuleerden, koester ik al snel de hoop dat dit bericht waarheid is...
Vanaf het moment dat we de luchthaven binnenstappen worden we meteen aangeklampt door een man die vol enthousiasme maar met een onzekere toon "Don Bosco" staat te roepen. Het is aan hem dat we onze papieren overhandigen waarmee hij ons dan door de douanepost leidt. Een heel apart gevoel, we hebben eigenlijk maar één opdracht: volgen en niet ingaan op vragen die ons van overal worden gesteld. Nog geen vijf minuten later staan we al in de aankomsthal waar Eric en twee andere Vlaamse vrijwilligers (Geertrui en Joachim) ons verwelkomen. We zijn er! Het doet deugd om hier ook bekende gezichten te zien...
DAG 1: KARIBU
Het is zes uur in de ochtend als ik de eerste maal wakker word. Natuurlijk niet uit mezelf... neen, de kinderen die enkele kamers verder overnachten worden gewekt met een loeiharde sirene. Ik ben blij dat ik enkele minuten later weer de slaap kan vatten want de reis van gisteren zit duidelijk nog in de kleren. Om negen uur worden we weer gewekt, ditmaal zijn het de spelende kinderen zelf die hier voor zorgen. We logeren in Bakanja-centre, een opvanghuis voor straatkinderen waar ook medische verzorging en onderwijs wordt voorzien. Bij het openen van de slaapkamerdeur komen we terecht op de binnenplaats van het centrum. Heel even merk je de verwarring bij de kinderen... bazungu! (het kiswahili voor blanken). Plots roept één van de kinderen ons toe: "Oma che, che". Het speelpleinlied dat vorig jaar zorgde voor een ware zomerhit wordt al snel door het hele groepje gezongen. Het geeft me een aangenaam gevoel te weten dat ze me nog herkennen en vooral dat ze al die liedjes nog kennen! We worden met open armen ontvangen en krijgen meteen hopen vragen op ons afgevuurd: Waar zijn Soetkin en Rianne? Hoe gaat het in België? Voor hoe lang blijven jullie? Hoe heet je?
Een uurtje en een ontbijt later zoeken we de brieven bij elkaar en gaan we op bezoek bij de mensen van Cité des Jeunes (het huis waar we vorig jaar verbleven). Erg veel is hier nog niet veranderd, de studenten zijn nog steeds op post en de aangename sfeer is ook nog lang niet verdwenen. We lopen er wat rond en maken kennis met de Salesianen die hier werken en met de studenten die zich volop voorbereiden op een staatsexamen.
Onderweg naar huis komen we Frère Pascal tegen, hij is één van de paters die leeft en werkt op Bakanja. Hij stelt me een vraag waar ik even stil van word: "straks moet ik naar het centrum van de stad om een auto te gaan afzetten, wie van jullie heeft er zijn rijbewijs mee?". Eumh... ik... denk ik... Ik loop snel naar de kamer om het te checken en logischer wijze zit ik kort daarna achter het stuur van de Toyota... In het centrum van Lubumbashi, een stad waar verkeersregels nog moeten worden uitgevonden en als ze al bestaan, meestal geen gevolg krijgen. Help! Uiteindelijk is het allemaal wel gelukt, de auto's zijn heelhuids aangekomen en wij waren weer een ervaring rijker.
Na de middag hebben we een uitgebreide rondleiding gekregen van Père Manu. Hij is de directeur van het huis waar wij verblijven en werkt dagelijks met jongeren die van de straat werden gehaald. In Magone probeert hij, samen met een heel team de jongeren wegwijs te maken in de wereld van de ambachtelijke beroepen. Elke leerling moet deelnemen aan de opleiding Landbouw zodat ze in staat zijn hun eigen fruit en groeten te kweken. Daarnaast kiezen ze nog één andere beroepsopleiding. Het is verrassend om zien hoe men er hier in slaagt een degelijke organisatie op te bouwen zonder spraakmakende middelen.
DAG 1bis: BAKANJA VILLE
Nog steeds de eerste dag... inderdaad! Maar dit verhaal is een extra hoofdstukje van de reis waard! Maandagavond, rond de klok van acht uur vraagt Père Eric ons om mee te gaan naar Bakanja Ville. Dit huis staat in het centrum van de stad en is de basis van de hele werking hier. Hier komen en gaan de straatkinderen van Lubumbashi, hier vinden ze veiligheid en de eerste medische zorgen.
Bij het binnenkomen kijken al gauw enkele tientallen kinderen ons verwonderd aan. Ze zijn bezig met het koken van hun avondmaal. Juist, kinderen vanaf 5 jaar zitten hier hun eigen potje te koken, op een houtvuurtje! Het is een raar gevoel wanneer je hier binnenstapt: de sfeer is vergelijkbaar met het gemiddelde scoutskamp bij ons. Het grote verschil ligt echter in de leeftijd van de kinderen en de kleren waarin ze rondlopen. Niet echt ideaal voor kinderen van die leeftijd...
In elk "kookgroepje" hebben alle kinderen een taak. De ene zorgt voor de groenten, de andere voor de boukari, nog een andere gaat op zoek naar vis en één van de kinderen zorgt ook voor het karton om het vuur aan te maken. Waar ze dat halen? In de stad, waar het te vinden is. Sommigen gaan schoenen poetsen en andere kleine karweitjes opknappen om op die manier geld te verdienen en dat dan te gebruiken op de markt. Anderen trachten hun eten gratis te verdienen door te bedelen of te stelen.
Bij het zien van al dat eten krijg ik als het ware zelf weer honger, het ruikt er echt wel lekker. Een aantal kinderen koken echt met smaak, ze voegen er dan bouillon aan toe of wat verse kruiden. Wanneer al dat eten klaar is, kan de maaltijd beginnen. Je merkt echt dat het hen smaakt... De meeste bieden ons graag aan om mee te eten! Uit onzekerheid en ook wel uit hygiënische overwegingen trachten we dat vriendelijk te ontwijken.
In dit huis zijn natuurlijk niet enkel de houtvuurtjes in de tuin te vinden. Bij een verdere rondleiding krijgen we ook het magazijn te zien waar de kinderen hun persoonlijke bezittingen kunnen achterlaten om ze op die manier te beschermen tegen diefstal. Ook de ziekenboeg krijgt ons bezoek. Hier worden de kinderen verder geholpen met kleine ongemakken zoals wonden, buikpijn,... Als het om iets ergs blijkt te gaan, gaan ze met ons mee naar Bakanja Centre waar een heus ziekenhuisje is uitgebouwd.
De kinderen van de straat komen hier graag, dat merk je aan hun enthousiasme en... (misschien wat raar klinkend) aan hun vrolijkheid. Draai het of keer het zoals je wilt, de glimlach gaat hier nooit (of toch zelden) verloren!
Ik word bij dit bezoek al gauw herkend als "die van Oma Che Che", waardoor ook hier dat liedje weer begint te herleven. Reza krijgt de naam "Le petit" mee, ik denk dat iets te maken heeft met zijn gestalte én met de mijne... (mij noemen ze ook wel "Le géant").
" Vous êtes des Belges? Oui? Alors, connaissez-vous Jean Claude? " Ze hebben het over Jean Claude Van Damme, dé held van de straatkinderen. De kinderen hebben hem leren kennen door de filmavonden die hier worden georganiseerd (2 keer per week). Ze zijn er ook allemaal van overtuigd dat Eric de broer is van Van Damme en dat alle Belgen Van Damme persoonlijk kennen. "Oui, Raf le connais aussi!" Raf is de neef van Eric en was verleden jaar ook hier... en ja, ook hij heeft de Van Damme-mythe meegespeeld.
Ons bezoek aan Bakanja-ville wordt afgesloten bij het slapengaan van de kinderen. Ze slapen hier in een grote zaal, op kartonnen dozen die ze vinden in de stad. Ik krijg er een heel apart gevoel bij maar het hoort bij de filosofie van de Oeuvres Maman Marguerite. Kort samengevat houdt dit in dat de kinderen in dit huis eigenlijk een stukje verder leven op de straat (maar in een veilige situatie) van waaruit ze worden aangemoedigd om weer contact op te nemen met het thuisfront. Als ze dit doen (uit eigen beweging, uiteraard) krijgen ze de kans om op Bakanja Centre dagelijks les te komen volgen en een gratis maaltijd te verorberen. Deze methode zorgt er dus voor dat de kinderen zelf moeten beslissen of ze al dan niet op de straat blijven wonen...
DAG 2: HIJ SPEELDE ACCORDEON...
Bij het krieken van de dag loopt onze wekker af... Om zeven uur zitten we hier al aan de ontbijttafel. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat dat vandaag nog niet gelukt is en dat we een klein kwartiertje te laat waren. Het doel was eigenlijk om om half acht in de stad te zijn op het bureau van Eric, maar ook dit werd een kwartiertje verlaat. In dit bureau, dat vlak naast het Provincialaat en de Procure van Don Bosco is gelegen krijgen we een plaatsje toegewezen. Van hieruit zullen we de komende weken werken aan het didactisch materiaal voor de school in Bakanja Centre.
Na een dikke twee uur staat Père Pascal ons op te wachten om een bezoek te gaan brengen aan Jaccaranda. Een Salesiaans huis net buiten de stad. Jaccaranda is eigenlijk de naam van een boom en omdat er rond die boerderij, want dat is het, veel van die Jaccaranda's staan, is een verdere uitleg over de naam overbodig geworden.
Nadat de kinderen van de straat werden gehaald én hun onderwijs hebben genoten in Bakanja Centre, kunnen ze hier een opleiding als landbouwer komen volgen. Vandaag wordt er gewerkt met een minimumbezetting omdat er een belangrijke verjaardag wordt gevierd. Frère Alexandre wordt namelijk tachtig. Eigenlijk komen we op een ongelegen moment maar niets dat ons het vermoeden geeft als zouden we hier niet welkom zijn. In tegendeel, na de rondleiding op het enorm grote domein krijgen we een glaasje Simba of Tembo aangeboden. Simba is het Congolese antwoord op onze Stella en Tembo heeft dan weer behoorlijk veel weg van Palm. Ik laat het me geen twee keer vragen... Ondertussen worden we geanimeerd door de jarige himself. Hij trakteert ons op een portie echte accordeonmuziek. Het idee klinkt misschien niet erg modern maar de sfeer hangt hiermee wel dadelijk in de lucht. Liedjes als "de vogeltjesdans" en "Eviva Espanja" passeren de revue waardoor iedereen, oud en jong, begint mee te dansen en te zingen.
De namiddag brengen we door op Bakanja Centre. We doen niet echt iets speciaals, eigenlijk nog wat uitrusten van de reis, van het late avonduur van gisteren en van de vroege wekker van vanmorgen.
DAG 3: DHL-LUBUM
Vandaag brengen we geen bezoek in één van de huizen van de OMM maar werken duchtig door aan de schoolmaterialen. De computerproblemen zijn van de baan en de handleidingen beginnen er al wat klaarder uit te zien.
Tijdens de voormiddag springen we toch nog even de auto in richting stadscentrum. De opgestuurde pakken zijn aangekomen in de DHL-vestiging van Lubumbashi maar ze staan dus nog niet waar wij ze graag hadden zien staan. De website van DHL laat ons weten dat de zending reeds werd gecontroleerd door de douane van Kinshasa en toch wil de douane hier in Lubumbashi ze ook even onder ogen krijgen. We komen niet echt een stap verder vandaag maar Eric geeft het blijkbaar niet zo gauw op en gaat via een ander kanaal dit euvel trachten op te lossen. Benieuwd hoe dit afloopt.
DAG 4: MOTOKAR, CHEM-CHEM EN TOEKETOEKE
Vandaag wordt weer een werkdag. We zouden graag de materialen van wiskunde voor het eerste leerjaar afwerken zodat we ons morgen op het tweede leerjaar kunnen storten.
Gisterenavond hebben we tijdens ons dagelijks bezoek aan Bakanja Ville een nieuw Swahili-woord geleerd. En ik moet zeggen dat ik snel doorhad wat het betekende. Motokar is een ongelofelijk eenvoudig maar mooi woord voor, jawel... de auto. Waarom ik dit hier schrijf? Wel we brengen vandaag een bezoek aan een school en internaat met een naam in het Swahili: Chem-chem. Dit huis is opgebouwd volgens hetzelfde principe als Jaccaranda, het is ook een boerderij waar kinderen die hun lagere school op Bakanja hebben afgewerkt, terecht kunnen om zich te bekwamen in de landbouw. Hier zitten zo'n 70 leerlingen die elk hun eigen taak hebben waarbij ze worden bijgestaan door een aantal Salesianen. (Eén van die Salesianen luistert naar de prachtige naam Johan VANDEN BUSSCHE! De link met thuis is dus snel gelegd en dit keer komt het niet door dat café van onder den toren in Vossem.)
Ook hier worden we weer helemaal rondgeleid en trekken we bijgevolg onze ogen wijd open, want de rust en de kalmte die hier heerst is prachtig. Chem-chem is gelegen in de wijde natuur van net buiten de stad. Zo ver je kan kijken zie je landschappen van droogte. En dat terwijl er net naast onze voeten een groots irrigatiesysteem de planten op de velden voorziet van voldoende water tijdens dit droogseizoen. Heel knap, als je bedenkt dat er voor de rest hier nergens plaatsen zijn die je vochtig kan noemen of waarvan je denkt: hier ga ik even een putje graven en een boompje planten.
Dat die boerderij net op die plaats gelegen is, is niet zo toevallig, net zoals haar naam dat niet is. Chem-chem staat namelijk voor "de bron", en die bron vinden we ook terug op het domein.
Het is ondertussen al 12u30 geworden. We komen net te laat aan voor het middagmaal. Vandaag bestaat dit uit een mengeling van Westerse en Afrikaanse ingrediënten die samen een soort stoofpotje vormen, lekker. Aan tafel komen de verschillende woorden uit het Swahili weer ter sprake. Eén van de woorden kenden we nog niet: Toeketoeke, dat staat voor... brommer.
DAG 5: MINAKATALA, SORRY...
7u 's morgens, ik word vandaag niet gewekt door de sirene, noch door mijn eigen wekker. Het is een kil gevoel waarmee ik opsta. Het klinkt misschien wat raar maar de ochtenden in Lubumbashi zijn hier op dit moment erg fris. Bijgevolg ben ik blij dat we goed voorzien zijn van dekens en warme kledij. Het is een illusie te denken dat Afrika in dit seizoen gelijk staat aan warme temperaturen. De kinderen die op Bakanja Centre wonen trachten zich op te warmen in de eerste, vroege zonnestralen. Ik loop er langs in mijn warme trui en lange broek... Het is op zo'n momenten dat je beseft hoe hard het leven op de straat kan zijn. Niet enkel het overleven en het vinden van eten maar zeker en vast ook de harde wetten van de natuur spelen hier een rol. De kinderen zijn gekleed in afgedragen t-shirts, broeken die twee maten te groot of te klein zijn en als ze geluk hebben dragen ze ook een paar schoenen. Kousen is een utopie en velen lopen rond op hun blote voeten.
Als we willen aanschuiven aan de ontbijttafel, zijn er al een heleboel borden gebruikt... (We zijn dus weer bij de laatste) Erg verwonderlijk is dat niet, als je weet dat een gewone werkdag hier begint om half acht en de mensen opstaan bij het krieken van de dag, rond 5u30!
Overdag werken we verder aan onze materialen en trachten we zicht te krijgen op wat er nog allemaal moet worden gemaakt. Al snel blijkt dat we dringend contact moeten opnemen met de leerkrachten maar die zijn met vakantie en dus nog niet dadelijk bereikbaar.
Na de werkdag in het centrum van de stad, passeren we nog langs Bakanja Ville. We lopen hier dagelijks op dit uur langs om de opvoeders die er overdag werken op te halen en om zieke of gewonde kinderen mee te nemen naar het hospitaal in Bakanja Centre. Wat opvalt is dat het ook vaak kinderen zijn die niet geregeld in Bakanja Ville komen slapen. De solidariteit onder de straatkinderen is in geval van problemen erg groot. De kinderen die regelmatige bezoekers zijn, brengen de zieken mee naar hier om ze te laten verzorgen.
Na het avondmaal en het kwartiertje rust vertrekken we opnieuw naar de stad. Een tweede bezoek aan Bakanja Ville is noodzakelijk omdat de kinderen dan pas in volle getale aankomen. Onderweg zien we kinderen op weg met kartonnen dozen en zakjes bloem. Ze wandelen allemaal richting Bakanja. Eens daar aangekomen zijn de reeds aanwezige kinderen volop bezig met het klaarmaken van hun avondmaal. Hier eten ze vaak beter én meer dan thuis. Een groepje van drie kinderen heeft geluk vandaag, ze hebben voldoende ingrediënten verzameld voor hun Bukari, in hun kookpan liggen vier vissen te sudderen en ook een kleine portie groenten hebben ze kunnen bemachtigen. Een ander kind komt mijn richting uitgelopen, hij heeft minder geluk gehad vandaag. Hij heeft niets kunnen vinden of verdienen en heeft dus ook geen eten voor vanavond. Ik ben aangedaan door de vraag die hij me stelt: "Achète moi, s.v.p." Hij vraagt me niet naar geld of naar eten maar gewoon om hem te kopen, zodat hij mee naar Europa kan komen... Enkele seconden weet ik niet goed wat zeggen... Ik sta perplex en moet zo snel mogelijk een aanvaardbaar antwoord verzinnen. Ik antwoord dan maar snel met: "minakatala", ofwel ik weiger! Niet makkelijk, maar je kan gewoon niet anders. De rest van de avond spookt dit moment door mijn hoofd...
DAG 6: FRIETEN MET MAYONAISE
We kunnen vandaag wat uitslapen, rond elf uur worden we door frère Pascal naar de stad gebracht. Eric staat ons daar op te wachten om naar de winkel te gaan. De meeste handel wordt hier op de markt gedreven, maar in het centrum van de stad zijn ook een drietal grootwarenhuizen terug te vinden. Wij lopen er binnen op zoek naar Stella. Het gaat hier niet om een vorm van sentimenteel gemis van Leuven, wel om het Congolese surrogaat voor Belga...
Binnenlopen is eigenlijk een foute woordkeuze. We rijden een parking binnen die bewaakt wordt door de security van de winkel. In de winkel zelf krioelt het van de mensen... Aan de kassa's staan lage rijen aan te schuiven. Het tellen van het geld duurt hier wat langer omdat je een hoop bankbriefjes moet bovenhalen vooraleer je aan een aanvaardbaar bedrag komt. Op zich verschilt de winkel niet echt van de winkels in België, een vergelijking met de Carrefour gaat te ver maar de Contact-GB komt al erg dicht in de buurt. Je kan hier trouwens ook heel wat Belgische producten terugvinden. En dan heb ik het niet enkel over Côte d'or of Witte van Hoegaerden (die tegen woekerprijzen te koop zijn) maar vooral over de witte producten van Colruyt en Delhaize.
In de namiddag worden we opnieuw verwacht bij de straatkinderen van Bakanja Ville. Op hetzelfde moment komen ook Pieter-Jan en Marjan op bezoek. Zij worden er door Eric rondgeleid en krijgen er een hoop uitleg en verhalen te verwerken. Ondertussen worden wij door de kinderen afgeleid. Voor ik het zelf goed besef ben ik bezig met een kaartspel. De kinderen gebruiken hier de oplaadkaarten van de grote GSM-operatoren als speelkaarten en ze zijn verdomd creatief in het verzinnen van spelletjes met dat wegwerpmateriaal.
's Avonds wordt de hele delegatie verwacht op Bakanja Centre voor een feestmaal: kip met frieten en mayonaise!
DAG 7: OP DE ZEVENDE DAG SCHIEP GOD DE... DOUCHE
Op zondag begint de dag hier met een misviering, en het is eens wat anders. Dansen en zingen zijn de hoofdbrok, de preek is een gesprek met de kinderen en de voertaal is het Swahili. Ik begrijp er geen jota van maar het boeit me wel. Wat me opvalt is dat lang niet alles verloopt zoals het Vaticaan het zou willen maar wel dat de kerk hier vol zit.
Bij het buitengaan van de mis krijgt elk kind een stuk zeep toegestopt waarmee ze dan zichzelf en hun kleren kunnen wassen. Op de terreinen van Bakanja Centre zijn er immers douches voorzien die de kinderen vrij mogen gebruiken. Het is een apart zicht, honderden kinderen die samen onder de douche kruipen. Voor velen van hen is dit het enige moment in de week waar ze de kans krijgen om zichzelf en hun kleren op te frissen. Een half uurtje later ligt het hele domein vol met kletsnatte broekjes en t-shirts. De kinderen lopen er ondertussen al spelend rond...
Rond het middaguur gaat de sirene af. Iedereen wordt dan in de grote zaal verwacht. De zaal die daarnet nog dienst deed als kerk, is nu omgetoverd tot een heuse refter. Op voorwaarde dat ze zich gewassen hebben, krijgt elk kind een middagmaal voorgeschoteld. Bukari met bonen in tomatensaus, een heus feestmaal!
's Avonds, bij het terugkomen van Bakanja Ville hebben we een zieke mee... De jongen ligt te rillen op de achterbank van de wagen. Hij ligt te rillen van de koorts en kan bij het uitstappen bijna niet meer op z'n benen staan. Het vermoeden groeit dat hij malaria heeft. Ik besef plots dat ik gisteren reeds mijn medicatie tegen malaria had moeten innemen en dat nog niet heb gedaan. Nog geen drie minuten nadien neem ik de laatste slok van mijn glas water. Als er iets is wat ik wil vermijden is het toch wel een malaria-aanval...
DAG 8: EXAMENS LIVE
We vertrekken vandaag wat vroeger dan andere dagen. Het is te zeggen, dat was althans de bedoeling. Neen, dit keer lag het niet aan ons. Om 7u10 waren we klaar voor het vertrek en zaten we te wachten op... diegene waarvoor we vroeger moesten vertrekken. We moeten er duidelijk rekening mee blijven houden dat uur hier soms wat kan variëren.
De eerste bestemming is de luchthaven van Lubumbashi. Om hier binnen te kunnen rijden moeten we eerst een tol betalen. De heffing is vergelijkbaar met onze parkingautomaten. Het enige verschil is dat je hier aan een controlepost moet passeren en dat er een parkingwachter je de toelating moet geven om de luchthaventerreinen te betreden.
Frère Pascal, diegene waarop we daarnet zaten te wachten, vertrekt voor enkele dagen naar Kinshasa waar hij een bijeenkomst heeft met andere mensen die zich bezighouden met de straatkinderen.
Op onze terugweg, even buiten de luchthaven komen we een oude, overladen en erg stoffige vrachtwagen tegen. Hij rijdt voor ons. Op een bepaald moment hebben we toch de kans om hem voorbij te steken, niet omdat we sneller zijn gaan rijden of omdat we geen tegenliggers meer hebben, neen, omdat de aandrijfas van de vrachtwagen het heeft begeven en onderaan het gevaarte hangt te bengelen. Het duurt even vooraleer de bestuurder beseft dat er wat mankeert en dat hij zal moeten stoppen...
De rest van de dag is niets speciaal: werken, een tasje koffie drinken, nog wat werken,...
Rond 17u komt Reza weer aan op het bureau. Deze namiddag heeft hij de universiteit bezocht. Vorig jaar ben ik daar reeds op bezoek geweest en het was een heel aparte ervaring. De universiteit is voorzien op zo'n vierduizend studenten maar huisvest er wel zo'n vijfentwintig duizend... Alles wat er nog rechtstaat zijn dingen die niet geplunderd konden worden, studenten lopen er af en aan op zoek naar een plaatsje. In de peda wonen ze met vier op kamertjes waar ik alleen al gek in zou worden. De sfeer die er hangt is één van totale anarchie.
Tijdens het bezoek van Reza, net zoals bij mij vorig jaar, waren op datzelfde moment de mondelinge examens bezig. De stress en het ijsberen zie je hier ook, maar wat veel opvallender is, is dat je ook de afname van de examens hier live kan volgen...
DAG 9: ON-OFF
Eric is deze morgenvroeg voor drie dagen vertrokken. Hij zal maar terug op Bakanja zijn op donderdagavond. Dat betekent dat we onze werkplek voor drie dagen hebben verhuisd naar de slaapkamer. Het is de bedoeling dat we van vandaag tot vrijdag hier verder werken aan de materialen voor de school. Het is nu drie uur in de namiddag en we hebben nog niet echt veel kunnen doen. Sinds gisterenavond is er geen elektriciteit meer aanwezig. Op momenten als deze besef je waarvoor wij alle dagen elektriciteit gebruiken (voor diegenen die zich afvragen hoe ik dit dan heb getypt: 't is met een portable-pc). Als de schemering begint, wordt er een stroomgenerator aangezet. Deze wordt enkel gebruikt op momenten dat het echt nodig is want de stroomvoorziening is hier zo onregelmatig dat het onbetaalbaar is om de generator dadelijk te gebruiken bij elke panne.
Rond vier uur heb ik afgesproken op Cité des Jeunes, met de leerlingen van de technische school daar. Vorig jaar logeerde ik in dat huis en ik ken er dus wat mensen. Op dinsdag- en donderdagavond wordt er daar steeds gevist. Cité des Jeunes heeft drie grote vijvers waarin ze hun eigen vis kweken. De leerlingen staan er in voor de visvangst en ik mag een handje gaan toesteken. De techniek die hier gehanteerd wordt om vis te vangen kan je op z'n minst 'anders' noemen dan bij ons. De lijnen zijn zelf in elkaar geknutseld en de lokaas is hier geen wormpje maar bukari. Het blijkt te werken, want na enige oefening heb ik mijn eerste vis aan de haak geslagen.
's Avonds maken we er een gezellige avond van samen met enkele Salesianen.
DAG 10: DEO IS BACK IN TOWN
Op Bakanja Centre is de speelpleinwerking bijna van start gegaan. Vandaag, morgen en overmorgen krijgen de monitoren nog een extra vorming aangeboden om er maandag definitief te kunnen invliegen. De bedoeling was om om acht uur dertig te beginnen maar naar goede gewoonte wordt ook dit met een half uurtje verlaat...
Terwijl de monitoren, samen met Joachim en Geertrui (van de jeugddienst) volop voorbereiden, zijn wij weer aan de slag gegaan in onze impro-werkplaats. We hebben geluk want gisterenavond laat is de stroomtoevoer weer op gang gekomen.
Op de middag krijgen we een voor ons iets minder smakelijke maaltijd voorgeschoteld: de ingewanden van het varken waarvan het vlees de voorbije dagen werd verorberd. Nu mogen ze me veel vragen om te proeven maar dit, neen, dit niet. Ik hou het dus maar bij rijst met eitjes, wat me overigens erg smaakt.
Na de middag steken Joachim en Geertrui ons een handje toe bij het lamineren en knippen van onze materialen. In een leuke sfeer verzetten we een hoop werk waardoor de achterstand van gisteren snel is ingehaald.
Voor het avondeten halen we de speelkaarten nog eens boven.
Tegen een uur of negen komt Deo ons vervoegen. Deo is een de man die instaat voor de reïntegratiegesprekken met de ouders van de straatkinderen. Hij is net terug van een maand vakantie bij zijn familie op zo'n 400km buiten de stad. Op zich is dit nog een haalbare afstand maar hier in Congo is niets wat het lijkt. Deo heeft drie dagen moeten reizen om die afstand te overbruggen. Het wegennet hier laat de mensen niet toe op een aanvaardbare snelheid te rijden. Het heeft één voordeel, flitspalen zijn hier overbodig. (Tobback kan hier nog ideeën komen opdoen...)
DAG 11: STAAFJES, BLOKJES en KABELS
"Ik heb ne kou opgedaan!", is de eerste gedachte waarmee ik vandaag de kamer verlaat. Nekpijn. Amaai! Het klinkt misschien wat ongeloofwaardig maar het is de realiteit. In de maanden juli en augustus staat het kwik hier op het laagste niveau. Niet dat er hier vriestemperaturen heersen, maar de nachten kunnen toch behoorlijk koud aanvoelen. Nog een geluk dat we hier geen Sabine nodig hebben om ons te vertellen dat de zon er zeker doorkomt vandaag.
Overdag lopen we nog even tot op Cité des Jeunes. De schrijnwerkerij gaat er voor ons MAB-materiaal (lees: blokskes en staafkes om te leren tellen...) aanmaken. Het probleem met die blokjes en staafjes is dat die niet zo erg groot zijn waardoor het fabriceren ervan een precisiewerkje is. Na veel vijven en zessen ziet de verantwoordelijke het wel zitten en hij beloofd ons dat alles wel in orde zal komen...
's Avonds aan het avondmaal krijgen we te horen dat er heel wat gebeurd is op Bakanja Ville. Enkele techniekers zijn daar bezig met het aanleggen van een stroomvoorziening die moet dienen als alternatief voor mogelijke stroompannes (zie vorige dagen...). Voor de aanleg van zo'n kabel heb je ook hier een hoop vergunningen nodig, het lijkt hier wel de Belgische bureaucratie... Maar goed, die vergunningen waren dus in orde gebracht en de aanleg zou dus geen probleem mogen geven. Ware het niet dat een ambtenaar van de stad die toevallig passeerde, hier anders over dacht. Bij het zien van de werken is hij dadelijk uitgestapt en heeft hij de werfleider op een nogal hardhandige manier willen aantonen dat hij niet op de hoogte was van de werken. Die man heeft zich verdedigd waardoor de ambtenaar op zoek is gegaan naar hulp. Enkele minuten later stond hij daar met een viertal agenten. Ik vermoed dat die man nog spijt zal hebben van zijn daden want, één goede raad: val niemand aan die hier de straatkinderen helpt... Bij het zien van al die herrie zijn de kinderen immers een handje komen toesteken. Gevolg: de werken kunnen doorgaan en de ambtenaar is zijn gsm-toestel kwijtgeraakt...
Het komt er eigenlijk op neer dat hij gewoon had moeten vragen naar de nodige papieren waardoor al die ophef onnodig zou zijn geweest... Maar hij zal gedacht hebben er een fikse fooi mee te kunnen verdienen. Een mooi voorbeeld van hoe het land hier wordt geregeerd.
DAG 12: WEST-VLAAMSE RECEPTIE
Een belangrijke dag voor de internen van Chem-Chem. Hun nieuwe slaapzaal wordt vandaag ingehuldigd en in gebruik genomen. Voor de gelegenheid gaat de opening gepaard met een groots opgezette ceremonie. Het hele project werd gedragen en gefinancierd door de provincie West-Vlaanderen en de zoon van de West-Vlaamse gouverneur verblijft momenteel op Chem-Chem, vandaar.
Bij onze aankomst blijkt dat we enkele minuten te laat zijn waardoor we de misviering aan ons voorbij laten gaan... Het geeft ons de kans om even rond te wandelen op de boerderij en om het zonnepanelensysteem dat hier gebruikt wordt, wat te bestuderen. De hele boerderij, het internaat, de school en het huis van de paters; allemaal maken ze hier gebruik van die panelen. Chem-Chem ligt op zo'n 12 km van de stad verwijderd, in het dorpje Ruashi. In het hele dorp is nergens een elektriciteitsvoorziening. Bij het opstarten van de boerderij zijn ze dus eerst op zoek moeten gaan naar oplossingen voor dit probleem. Na enig onderzoek én een zoektocht naar financiële steun hebben ze hier een zeer degelijk energieproject uit de grond kunnen stampen.
Tijdens onze verkenningstocht, arriveert ook de burgemeester van het dorp. Hij wordt door een chauffeur afgezet in een Toyota Carina I. De man is op z'n paasbest gekleed en voelt zich wat ongemakkelijk bij het besef dat ook hij te laat is. Enkele leerlingen zijn de laatste voorbereidingen nog aan het treffen vooraleer het officiële gedeelte begint. Na een half uurtje verlaat iedereen het klaslokaal, dat nu even dienst deed als kerk, om koers te zetten richting slaapzaal. Enkele speeches en wat liederen later wordt de zaal ingezegend door de provinciaal verantwoordelijke van de Salesianen, Camiel Swertvagher. Het hele gebeuren wordt afgesloten met een glaasje Simba of Tembo en... met West-Vlaamse ham.
In de namiddag komt Raymond ons nog even een bezoekje brengen op het "Bureau des Projets". Raymond is een gepensioneerd ambtenaar van de Belgische staat die zich nu belangeloos inzet voor de Oeuvres Maman Marguerite. Hij kent, door zijn vroegere job, heel wat mensen hier in de streek en onderhoud op die manier enkele belangrijke contacten. Daarnaast regelt hij ook een deel praktische zaken zoals het verkrijgen van onze opgestuurde pakketten. Inderdaad, we hebben ze nog steeds niet... De douane weigert ze voorlopig vrij te geven (Europese zendingen kunnen extra geld opleveren...) Ik hoorde er Raymond daarnet nog over telefoneren en uit dat gesprek kon ik afleiden dat alles wel in orde komt. Zien hoe dat afloopt...
Na de werkdag brengen we ons dagelijks bezoek aan Bakanja-Ville om dan verder door te rijden naar Bakanja-Centre waar het avondmaal op ons staat te wachten.
In de late avond (hier is dat rond 20u...) keren we nog eens terug om na te gaan of er geen zieke kinderen zijn binnengekomen en gewoon ook omdat dat daar plezant is!
DAG 13: EN WIJ HADDEN GELUK
Zaterdagochtend. De klok slaat weer halfzeven en dus is het tijd om op te staan. Ja, ook de zaterdag is het hier werken geblazen. Niet dat we dat erg vinden, het geeft ons ook de kans om onze mailtjes na te kijken en wat mee te pikken van het Belgisch nieuws op het internet.
Op de achtergrond horen we de hele dag door Afrikaanse gezangen en tamboerspelers. In het centrum van de stad gaat er een priesterwijding door. Je moet weten dat de priesterwijdingen er hier nog net iets anders aan toe gaan dan bij ons. De viering duurt hier ongeveer 6 uur(!), de opkomst van geïnteresseerden en overtuigde Christenen is zo groot dat het hele circus buiten doorgaat, in de blakende zon. Het aantal stoelen is sowieso beperkt waardoor je op kleine bankjes, die dicht tegen elkaar aan staan, moet gaan zitten. Je moet ook weten dat er enkele tientallen priesters voorgaan, samen met de Bisschop en dat dat dus wel even duurt vooraleer die allemaal hun plaatsje hebben gevonden.
Vorig jaar was ik daar de hele tijd bij en eerlijk gezegd ben ik erg gelukkig dat we dit keer niet zijn uitgenodigd...
Net voor de middag passeren we nog even aan de Hyper-Psaro (lees: plaatselijke Contact-GB) en springen we binnen in een computerwinkel. Onze printerinkt was op en moet dus dringend worden bijgevuld. Zo'n winkelbezoek duurt hier sowieso een pak langer dan bij ons. Niet omwille van de uitgebreide keuze, wel omwille van het tellen van het geld. Een inkt-cartouche kost hier een dikke 19000 Francs Congolais. Eer je zo'n bedrag geteld hebt...
Rond een uur of 2 zijn Joachim en Geertrui (de instructoren van de jeugddienst) ons nog een handje komen toesteken bij de aanmaak van het didactisch materiaal.
DAG 14: STRAATKINDEREN ZIJN NIET ALTIJD JONGENS
Wanneer ik opsta is het ongeveer 9u geworden. Ja, ik heb dus uitgeslapen... De kinderen beginnen hier weer toe te stromen voor de wasdag. Na een fikse opfrisbeurt en mijn ontbijt loop ik richting douches en waszaal. Het duurt wel even vooraleer ik daar aankom want de kinderen houden me constant tegen om een handje toe te steken bij het uitwringen van het wasgoed. Voor ik het goed besef gaat de sirene al af; het middagmaal is klaar en mijn voeten zijn kletsnat...
Na de middag krijgen de kinderen een film te zien. Het is een oude kaskraker van bij ons: Speed, jawel met Sandra Bullock. We hebben die film gisterenavond al eens bekeken met Deo. Het zit zo dat de meeste kinderen hier onvoldoende Frans kennen om een film te kunnen volgen. Om dit euvel te verhelpen, vertelt Deo het verhaal van de film terwijl hij afspeelt. Het voordeel hiervan is dat je de verhaallijn ook wat kan aanpassen aan de plaatselijke situatie. Speed in Africa dus...
Om 15u30 staat Hélène ons op te wachten in een buitenwijk van de stad. Zij is de verantwoordelijke van een huis voor de meisjes van de straat. Naar schatting zijn zo'n 15% van de straatkinderen meisjes. Omdat ze met veel minder zijn en omdat er meer vrijwillig(st)ers zijn om meisjes te begeleiden, worden ze opgevangen in een familiale sfeer. In "Maison da Hélène" leven er ongeveer 13 meisjes en enkele jongens. Die jongens komen ook van Bakanja-Ville, maar zijn (nog) niet weerbaar genoeg om tussen de bende van Bakanja-Centre op te groeien. Op die manier krijgen de meisjes ook de kans om een zorgende functie uit te voeren. Daarnaast worden ze opgenomen in de dagelijkse werking van een huisgezin: wassen, afwassen, kuisen, onderhoud van de tuin,... De kinderen die in dit huis leven nemen ook deel aan het dorpsleven. Ze gaan naar de dorpsschool, ze vertrekken tijdens de vakantie elke dag naar de speelpleinwerking hier,...
Het is een utopie om deze werkwijze ook toe te passen voor de jongens. Door hun grote aantal is dit momenteel nog steeds onbetaalbaar.
DAG 15: EEN STUKJE TERVUREN IN LUBUM
Gisterenavond kregen we een geschreven briefje van een jonge salesiaan uit Ruashi met de mededeling dat ze ons vandaag rond negen uur zouden komen ophalen voor een bezoek aan Brasimba. Bras-simba... inderdaad: de brouwerij. Jihaaa! Tegen 9u45 worden we opgepikt en rijden we met een hele delegatie naar de brouwerij. Even denk ik dat ik in Leuven rondloop... De geur, het af en aan rijden van vrachtwagens en natuurlijk de wetenschap dat het hier om bier gaat, bezorgen me die verwarring.
We hadden gehoopt om de dagelijkse werking van het bedrijf te kunnen zien maar niets was minder waar. De brouwerij draait momenteel niet op volle kracht. Door de economische situatie hier wordt er te weinig bier verbruikt en dus moet ook de productie inkrimpen. Gevolg: vandaag wordt er niet gebrouwen maar gekuist. Alle gebouwen worden van boven tot onder opgefrist en gedesinfecteerd. We krijgen dan maar een rondleiding in een niet-werkende fabriek, het is eens iets anders. Nadat we het hele productieproces van het bier hadden aanhoord en 'bekeken' hoopte ik ook nog een glaasje te kunnen proeven... Eén zaak had ik over het hoofd gezien: als de productie stil ligt, staat de consumptie blijkbaar ook op een laag pitje. Niks dus...
Met veel vragen en een kleine teleurstelling omwille van de droge keel keren we terug richting bureau.
De namiddag heeft iets heel anders in petto. De eerste twee uren na het middageten werken we nog wat verder aan het project en om 15u30 gaan we aan cultuur doen. Jawel! Aan de rand van de stad bevindt zich het "Musée National de Lubumbashi". Bij het binnenkomen van het gebouw kom je terecht in de jaren 50 (denk ik...). Een zeer speciale architectuur typeert het museum-gehalte van dit gebouw. Na de betaling (500 Francs Congolais per persoon) worden we verder geleid naar de eerste tentoonstellingsruimte. Stenen, skeletten, maskers, Afrikaanse gebruiksvoorwerpen in glazen kasten met véél uitleg. Op zich is de grootte van het museum allesbehalve te vergelijken met een museum bij ons, maar voor een stad als Lubumbashi is het toch al een hele prestatie om dit alles op zo'n degelijke manier te bewaren! Eén van de zalen is betaald door Forrest, een Belg die hier een groot mijnimperium heeft uitgebouwd waarmee hij officieel zorgt voor tewerkstelling maar er in werkelijkheid vooral zichzelf mee verrijkt. Ik ben ook op een positieve manier verrast wanneer ik te horen krijg dat het Africamuseum van Tervuren zich hier inzet om leven in de brouwerij te houden.
DAG 16: $400
Beeld u even in. Op 3 juli 2004 arriveert er op de luchthaven van Lubumbashi een lading van 180kg ingezameld schoolmateriaal voor de school van Bakanja Centre. Een school die deel uitmaakt van een organisatie die instaat voor de opvang van zo'n 1300 straatkinderen in en rond diezelfde stad Lubumbashi. Je zou verwachten dat de autoriteiten blij zijn met de inzet die er geleverd wordt om de plaatselijke bevolking te helpen.
We vergeten dan wel even dat we in Congo zitten, want hier redeneren de overheidsdiensten op een totaal omgekeerde manier. De douanier van dienst is niet blij met de hulp, neen, die man ziet dadelijk de dollartekens door zijn hoofd spoken en denkt: "Hier is geld uit te halen!". Zo werkt overigens het hele land hier. Mensen worden door de overheid niet betaald voor de geleverde diensten en dus gaan ze zelf op zoek naar een bron van inkomsten. Gevolg: totale anarchie! Iedereen doet hier zijn ding en probeert in elke situatie een centje bij te verdienen.
Ondertussen zitten wij nog steeds te wachten op de 12 dozen... De douane vroeg hier zo-even $400 voor, enkel om ze te laten goedkeuren! Je moet weten dat van al die dozen niet één werd geopend. De redenering die gevolg werd is dus behoorlijk eenvoudig: Ze gaan er hier van uit dat we die materialen hebben kunnen opsturen met DHL en dat we dus geld genoeg moeten hebben voor de betaling van de taxen. Mooi niet dus!
Wat we al drie weken trachten duidelijk te maken is dat die materialen gratis, u hoort het goed, gratis werden verzonden door DHL België! Ach, het maakt voor de douane allemaal niet zo veel uit en dus moeten we er ons bij neerleggen dat het nog even zal duren vooraleer we alles in handen hebben. De tactiek die nu geldt is... wachten. Wachten tot ze die grote dozen beu zijn waardoor ze de prijs wel zullen laten zakken. Ondertussen tracht Raymond via contacten bij het plaatselijke gouvernement nog wat druk uit te oefenen...
Ik mag bij dit hele verhaal trouwens niet vergeten te vertellen dat de vier basisscholen en DHL België (in het bijzonder: Danny, één van de papa's van de vrije school Ter Ham uit Steenokkerzeel) een grote inspanning hebben geleverd om die dozen te vullen en hier te krijgen, en dat we hen bijgevolg erg dankbaar zijn voor al die hulp!
DAG 17: WORD CONGOLEES MILJONAIR
Ik ben nog niet goed bekomen van het verhaal van gisteren. Die hele situatie speelt nog steeds door mijn hoofd. Gelukkig komt Raymond ons vandaag ophalen voor een bijzondere activiteit in de stad. We gaan geld wisselen! De bedoeling van de hele operatie is het omwisselen van 8000 dollar in de plaatselijke munt. Je moet weten dat het meest gangbare bankbiljet hier een briefje van 100 Congolese Frank is en dat dit briefje gelijk staat aan 10 oude Belgische Frank. Aangezien er hier in heel Lubumbashi nergens een bankautomaat te vinden is en dat alles cash moet worden betaald, zijn we ook genoodzaakt die achtduizend dollar cash te verkrijgen. Hiervoor heeft de organisatie een speciaal adres. Geen bank, ook de post niet, neen, een gewone apotheker is het wisselkantoor van dienst. Ze kennen Raymond hier goed waardoor niemand raar opkijkt wanneer we achter de balie verder lopen naar een donker kantoortje. Er zit daar niemand op ons te wachten, dus doden we de tijd met het bestuderen van de Congolese kaart en met het luisteren naar de verhalen van Raymond. Boeiend! Een goed kwartier later komt Salim. binnen. Hij is de gerant van de apotheek en verdient maandelijks ongeveer zevenhonderd dollar. Een dik loon in vergelijking met de gewone Congolees. Nadat we een dikke 20 minuten hebben geld staan tellen, lopen we de apotheek buiten met een slordige drie miljoen Congolese Frank, in briefjes van 100! We verlaten het hele gebeuren dus met twee grote dozen vol geld... Even heb ik het gevoel alsof ik bij Walter Grootaerts de volle pot heb meegenomen.
In de namiddag brengen we een bezoek aan Joachim. Gisteren was hij samen met ons op bezoek in Bakanja Ville. Daar heeft hij even geproefd van de maaltijd van de kinderen... Het resultaat is dat hij nu met hoge koorts en een ongemakkelijke stoelgang in zijn bed ligt. 's Avonds horen we dat hij een bed heeft gekregen in het ziekenhuis.
Net voor het avondeten zitten we met de Belgen voor de televisie. Koning Albert en zijn gevolg zoeken naar de vliegtuigen die achter de regenwolken passeren, zwaantjes trachten zonder kleerscheuren de natte kasseien te trotseren en daartussen merken we de Congolese vlag op. Het is Belgisch Nationale Feestdag en dat zullen we geweten hebben. Het hele défilé wordt rechtstreeks uitgezonden op TV5 Afrique. Zelden voelde ik me betrokken bij dat hele gebeuren maar als je voor anderhalve maand in een stad in Midden-Afrika logeert is het best eens leuk om het paleizenplein van Brussel te kunnen bewonderen. Zeker als je merkt dat de regen daar met bakken uit de hemel valt... :-)
DAG 18: JA,... ER WAS OOK DUVEL!
Het is vandaag 22 juli en wij vieren het feest dat jullie gisteren vierden. Ik durf er op wedden dat we dat met meer stijl zullen doen dan de meerderheid van de bevolking in het thuisland. We zijn namelijk uitgenodigd in de vertrekken van de Belgische Consul Generaal, De Heer Mark Vinck (zeg-maar-Mark) voor een uitgebreide receptie. Bij onze aankomst verrast de man me op een aangename manier. Terwijl we hem gaan begroeten herkent hij me nog als één van de vier vrijwilligers die vorig jaar ook langskwamen. Het is voor mij toch een teken dat hij begaan is met de kinderen van de straat, denk ik. Wanneer alle genodigden een plaatsje hebben veroverd in de sfeervol versierde tuin, kunnen we genieten van een staaltje Congolese acrobatie. Het is een spektakel waar applaus op zou moeten volgen maar iedereen staat hier te genieten met in de ene hand een glas bier en in de andere hand een zakje frieten. Het smaakt, maar het applaus laat wel op zich wachten.
De eerste indrukken zijn gepasseerd wanneer een 30-koppig koor de nationale hymnes ten berde brengt. Als eerste is het Congolese volkslied aan de beurt, gevolgd door onze eigen Brabançonne. Opvallend is dat de Congolezen prima weten wat ze moeten zingen terwijl wij, Belgen, verwonderd zijn over hoe goed het koor onze tekst kent... Cultuurverschil noemen ze dat. Het paternalistisch gevoel is hier een pak groter dan bij ons. Dat merk je ook als je door de stad loopt. Bij het ophalen van de vlag staat de hele omgeving stil, alle officiële gebouwen zijn gekleurd in blauw en geel, de nationale kleuren en ga zo maar door.
Maar goed, het feestje dus. We zitten in Congo en dat hebben we ook hier mogen ervaren. Tijdens de toespraak van de consul-generaal wordt er gevraagd om allemaal wat dichterbij te komen staan want de versterker heeft het laten afweten. Wanneer het de beurt is aan de ambassadeur is het hek helemaal van de dam: we horen niks meer! De arme man staat daar een uitgebreid voorbereidde speech te geven terwijl niemand van de genodigden verstaat wat er wordt gezegd. Er is niet echt iemand die het aan zijn hart laat komen want de frieten met mayonaise en het Belgische bier staan niet ver uit de buurt en zorgen voor een aangenaam alternatief.
Ongeveer twee uur later keren we met een volle maag en veel impressies terug naar Bakanja Centre, de realiteit van de kinderen op de straat...
DAG 19: GEEN WITTE BONEN
Goeiemorgen! Inderdaad, 23 juli, ik ben jarig en ik zal het geweten hebben. Reeds bij het ontbijt komt iedereen me hier proficiat wensen. Wie mij een beetje kent, weet dat de eerste ogenblikken van de ochtend niet mijn meest favoriete momenten van de dag zijn. Ik ben dus nog niet echt in staat om enthousiast te reageren maar ben wel erg blij met de vele wensen. Een half uurtje later, bij het openen van mijn mailbox word ik door nog meer wensen verrast. Ik moet toegeven: het doet me wel wat!
Tijdens de voormiddag gaan we op bezoek in een bejaardentehuis... Waarschijnlijk het enige tehuis in de hele stad. Het gebouw en de hygiëne kan je moeilijk vergelijken met een gemiddeld OCMW-rusthuis in België. Als bij ons de witte woede hoog oplaait is dat volledig terecht maar hier hebben ze een witte orkaan nodig om ervoor te zorgen dat de bejaarden hier bejaard mogen zijn! De mensen moeten hun behoefte doen op franse toiletten (je weet wel, van die dingen waar je moet balanceren om niet vuil buiten te komen). Het dak is er voor het grootste stuk weg, de deuren kunnen niet op slot en bovendien heb ik nergens toiletpapier kunnen bespeuren. Tijdens het bezoek probeer ik een aantal duidelijke foto's te maken van de omgeving. Die foto's zullen door het projectenbureau worden gebruikt als overtuigingsmateriaal voor een dossier dat in Nederland zal worden ingediend om geld bij elkaar te sprokkelen ten voordele van een heuse opkalfaterbeurt. Ik kan alleen maar hopen dat dat iets wordt, want zo je oude dag doorbrengen...
De rest van de dag brengen we door op het projectenbureau om er verder te werken aan het didactisch materiaal.
Bij onze aankomst op Bakanja-Centre, rond 18u, merk ik dat het avondmaal er net iets anders uitziet dan de andere vrijdagavonden. Normaal gezien krijgen we hier op vrijdag rijst met witte bonen in tomatensaus. Vandaag hebben ze een tandje bij gestoken want het wordt een heuse feestmaaltijd. De witte tafellakens zijn bovengehaald, bloemen brengen sfeer aan tafel en op het menu staat kip met frieten! Jihaa! Ik wil hier nog wel eens verjaren!
We vieren vandaag niet enkel mijn verjaardag trouwens. Manu, de directeur van het huis, was vorige week jarig maar niet thuis. Dus dat zijn twee vliegen in één klap.
's Avonds brengen we, na de zangstonde (lees: roepstonde) op Bakanja-Ville, nog een bezoek aan Joachim en Geertrui. Joachim vertrekt morgenvroeg weer naar België en dus is het tijd om even afscheid te nemen. Samen met Deo, Eric en Reza maken we er daar nog een gezellige avond van, om uiteindelijk af te sluiten met een pint van eigen bodem.
DAG 20: QUARTIER KALUBWE
7u30 op zaterdagmorgen en we zitten al in het projectenbureau. Zitten, inderdaad, 't is nog vroeg... De bedoeling is dat we vandaag wat doorwerken aan het project. Tussendoor worden we wel nog even opgehaald door Raymond om hem te helpen bij zijn verhuis. Bij het buitenhalen van de kleerkast zijn er enkele mensen die raar opkijken. Verhuizen doen ze hier normaal 's nachts waardoor buren en kennissen niet kunnen zien welke bezittingen je allemaal hebt... Maar goed, daar trekken wij ons allemaal niet te veel van aan en dus gaan we gewoon door met het inladen van de kleerkast. Een half uurtje later vertrekken we richting Kalubwe, een wijk aan de rand van de stad. Van de wijk zelf moet je niet al te veel voorstellen, erg veel nutsvoorzieningen zijn er niet. De elektriciteit komt er met mondjesmaat toe, water heb je als je zelf een put boort en de wegen hebben er vooral veel gaten en heuveltjes. De oorsprong van deze buurt ligt in de jaren tachtig. De stad was in volle uitbreiding waardoor mensen op zoek gingen naar nieuwe lappen grond, zo dicht mogelijk bij het centrum.
Er heerst een drukte van jewelste. De mensen leven hier, bij gebrek aan alternatieven, op de straat. Ik vermoed dat de meeste mensen zich hier komen vestigen in de hoop een rijker bestaan te kunnen gaan leiden. Net naast deze wijk ligt immers de quartier Golf: een rijker buurt waar ook de Belgische school en het Karavia-hotel zijn gelegen.
De rest van de dag verloopt zoals een gewone werkdag met ons dagelijks bezoek aan Bakanja Ville, het avondeten en nadien nogmaals terugkeren naar de stad om na te gaan of er zieke of gewonde kinderen moeten worden meegenomen naar Bakanja Centre.
Ik ben wel blij dat het vandaag allemaal wat rustiger verliep want de Congo, 't kan hier vermoeiend zijn!
DAG 21: HET MEER IS NIET MEER
Wassen, wassen en nog eens wassen: de zondagvoormiddag is er weer. Een kleine 200 kinderen lopen af en aan met water en zeep, ze zijn minder talrijk dan andere zondagen. In de stad is er een goede ziel die gratis eten weggeeft. Hierdoor blijven er een heleboel kinderen weg op Bakanja Centre. Hier zijn ze immers verplicht aan enkele voorwaarden te voldoen vooraleer ze aan de maaltijd mogen aanschuiven... Veel wordt er niet geëist, maar dat ze gewassen zijn is wel een must en omdat veel kinderen daar tegen opkijken, blijven ze hangen in de stad... Spijtig dat de pogingen tot samenwerken tot op heden nog niet veel resultaat hebben geboekt.
Na de middag zijn we uitgenodigd op, hoe kan het ook anders, een eeuwige gelofte van een kandidaat-priester. De Salesianen van Don Bosco is een katholieke congregatie en dus vond ik het al opmerkelijk dat we dit nog niet hadden meegemaakt. De misviering is reeds voorbij wanneer wij aankomen waardoor we dadelijk mogen aanschuiven bij de receptie. De feesteling van dienst is een dorpsgenoot van Deo. Simba en Tembo met een hoop pop-corn zijn de hoofdingrediënten voor een geslaad feestje in Lubumbashi!
Tussendoor glip ik af en toe buiten om het nicotinegehalte wat op te krikken. Daar geraak ik aan de babbel met een Congolees die naar de fleurige naam Narcis luistert. Het gesprek gaat al snel over de "verantwoordelijkheid" van de Belgen hier in Congo. De man zou graag hebben dat we hier de hele zaak weer zouden komen opnemen en regelen. Ik probeer hem duidelijk te maken dat ze vooral zelf de handen uit de mouwen gaan moeten steken. De wereld wordt immers niet gered door enkel uit te voeren wat anderen opdragen, denk ik... Het klinkt wat zwaar voor een zondagnamiddag maar het was een interessant gesprek met een hoopgevende conclusie: er zit hier veel rijkdom in de grond, ze moet er enkel uitgehaald worden door de juiste mensen.
Op onze terugweg brengen we nog een bezoek aan hotel Karavia. Zeg maar de Hilton van Lubumbashi. Onze verwachtingen zijn niet echt hooggespannen. Ten onrechte, blijkt later. Van het interieur krijgen we niets te zien maar de ontspanningsruimte rond het zwembad is behoorlijk netjes en modern. Wat me dadelijk opvalt zijn de vele Indiërs die hier rondlopen. Zij blijken heel wat van de economische activiteit in de stad in handen te hebben en kunnen zich dus ook een middagje aan het zwembad veroorloven.
De officiële stadskaart laat ons weten dat hier ook een meer ligt. Je moet er wel goed naar zoeken want het blijkt helemaal dichtgegroeid te zijn met waterplanten. Moerasgebied zou een betere benaming zijn...
Een beetje verder in de quartier Golf vinden we meer water terug. We staan aan de oever van de rivier Kalubwe op het terras van een gezellige bar: La Riviera. Ernaast ligt een al even pittoreske taverne. De prijzen zijn er te vergelijken met de Oude Markt in Leuven, de kwaliteit naar het schijnt ook... ik ben benieuwd!
DAG 22: FORESTVILLE
De klok wijst acht uur bij het opstaan vandaag. We zijn niet samen met Eric vertrokken naar de stad omdat Deo ons deze voormiddag zal meenemen naar Kipushi. Dit grensstadje ligt ongeveer 30km van Lubumbashi verwijderd. De vrees voor een ontoegankelijke weg is ongegrond. We kunnen er naartoe rijden zonder al te veel putten en oneffenheden in de straat. Vorig jaar was me al opgevallen dat de wegen van en naar Zambia bijzonder goed zijn onderhouden in vergelijking met de wegen in de stad.
Eens aangekomen bezoeken we een huis van de Oeuvres Maman Marguerite: Garelli. Dit huis vangt kinderen op die intellectueel op leeftijd zitten en dus in de gewone basisschool kunnen worden geïntegreerd. Hier logeren 21 straatkinderen die allemaal Bakanja Centre zijn gepasseerd vooraleer naar hier te komen. Het huis wordt gerund door leken die instaan voor de opvolging en begeleiding van de jongens, het onderhoud van het huis,...
Samen met ons zijn er ook een aantal zakken maïs meegekomen. Na het uitladen en verslepen van de voorraad naar de opslagruimte krijgen we een korte rondleiding in het stadje. Al gauw worden we geconfronteerd met de aanwezigheid van Georges Forest en zijn mijnimperium. Overal zie je boven de stad de mijntoren uitsteken, links en rechts zie je mensen in uniform van het bedrijf. Forest is here! Dat merken we nog duidelijker wanneer we in het midden van de weg moeten stoppen omdat er een grote waterbuis de baan dwarsboomt. Het gedrocht ligt zeker 20 centimeter boven het wegdek uit waardoor we genoodzaakt zijn enkele stenen te leggen als oprijlaantje... Ik ben blij dat we met een LandCruiser rijden en niet met een Micra of Corolla...
Heel wat wegen en berglandschappen later komen we aan aan de grenspost van de stad, enkele honderden meters verder ligt Zambia. Met de grens zo nabij laten we de kans niet liggen om die ook eens over te steken. De douanier van dienst doet even moeilijk wanneer blijkt dat we onze paspoorten niet op zak hebben maar wanneer hij verneemt dat we in Congo zijn om voor "les enfants de la rue" te werken maakt hij graag een uitzondering. Op voorwaarde dat een van zijn onderdanen ons begeleidt mogen we oversteken. Er bestaan blijkbaar toch straatkindvriendelijke douaniers...
De grens wordt aangeduid met twee evenwijdige treinsporen: we zitten in Zambia. Behalve de Engelstalige ontvangst en de voorrang van links is alles er identiek. Veel verschil hadden we ook niet verwacht; het is het gevoel dat telt, niet waar...
Op de terugweg naar Lubumbashi stoppen we nog even bij het meer van Kipushi. In tegenstelling tot het meer dat we gisteren bezochten, is hier wel water te zien... In de verte prijkt weeral de mijntoren van Forest.
Bij aankomst in Lubumbashi verneem ik dat deze morgen 4 straatkinderen zijn vertrokken naar Kolwezi. In deze oude mijnstad op ongeveer 300 km van Lubumbashi zullen de kinderen opnieuw worden geïntegreerd in hun thuissituatie. De rit naar ginds werd geschat op een hele dag maar reeds om 15u krijgen we bericht dat ze goed zijn aangekomen. Waarschijnlijk zal de reïntegratie hier niet zo moeilijk verlopen aangezien de kinderen zelf zijn weggelopen en dus niet door de familie werden afgewezen. Waarom ze dan weglopen? Het antwoord op deze vraag is even eenvoudig als schrijnend: op de straat is er meer eten te vinden dan thuis...
Na een lange reis van ongeveer vier dagen bovenop vrachtwagens en een jaar straatleven hebben de kinderen zelf gevraagd om te mogen terugkeren naar huis. Dit toont aan dat de organisatie de kinderen wel aanspoort om terug te keren maar hen niet verplicht. Dit geeft immers garantie op een grotere slaagkans.
DAG 23: IS ER EEN DOKTER IN DE STAD?
Ik vertrek deze morgen zonder Reza naar de stad. Hij ligt met buikloop in bed, maar is er al een pak beter aan toe dan gisterenavond...
Het zag er naar uit dat vandaag een onopvallende dag zou worden maar niets was minder waar. Rond 10 uur krijgen we immers het bezoek van twee opvoeders die bij de straatkinderen verblijven. Er is net een zwaar gekwetste jongen aangekomen op Bakanja Ville. Uit zijn verhaal kunnen we afleiden dat hij werd betrapt tijdens een diefstal. Zijn slachtoffers hebben hem nadien nogal hardhandig aangepakt waardoor een groot deel van zijn rug is verbrand. Blijkbaar gelden hier andere vergeldingsregels dan bij ons... Er wordt dadelijk beslist hem over te brengen naar een polikliniek in de stad. Daar aangekomen bekijkt de dienstdoende geneesheer de wonden, het ziet er absoluut niet goed uit. Omdat men hier niet zeker is van de overlevingskansen weigert men hem op te nemen. De eed van Hypocrates geldt hier, zo merken we, enkel wanneer de genezing is verzekerd. De reden hiervoor is ook nu weer even eenvoudig als schrijnend; wanneer er in een hospitaal iemand overlijdt, wordt de kliniek verantwoordelijk gesteld voor de dood van haar patiënt. Gevolg: als het te erg is weigeren ze patiënten op te nemen voor een behandeling...
Er wordt dan maar beslist de jongen over te brengen naar een staatsziekenhuis. In deze ziekenhuizen is er een pak minder voorziening en laat de hygiëne serieus te wensen over, maar in dit geval is het de enige oplossing...
In de namiddag worden we op de hoogte gebracht van een tweede gewonde. Weeral een brandwonde. Dit keer is het de voet van een jonger kind die het heeft moeten vergelden. Omdat het slachtoffer de orders van een oudere niet heeft willen uitvoeren werd hij bestraft met een brandwonde op de wreef van zijn rechtervoet. Gelukkig is dit voorval te behandelen in de verplegerpost van Bakanja Centre...
Alsof dit alles nog niet genoeg was voor vandaag, krijgt Bakanja Ville in de avond nog een gewonde over de vloer. Dit keer gaat het om het slachtoffer van een auto-ongeluk. Hij heeft geluk gehad: de autobestuurder heeft hem immers tot hier gebracht... Uit het verhaal van de chauffeur blijkt dat de jongen boven op een vrachtwagen zat en er is afgevallen waarna hij werd opgeschept door de auto en enkele meters werd meegesleurd. Hij is er erg aan toe en we kunnen maar hopen dat de medische hulp voldoet voor de opgelopen wonden.
DAG 24: KASAI, HERE THEY COME
Reza is aan de beter hand. Deze voormiddag blijft hij nog even op Bakanja Centre om er foto's te nemen van het nieuwe klaslokaal dat werd gebouwd met de financiële steun van Caritas.
Ondertussen, op het projectbureau, krijgt Eric positief nieuws van Unicef. Ze zijn immers bereid om een veertiental jongens naar de Kasai te brengen. Deze streek ligt op zo'n 300 km van Lubumbashi. De jongens die tot hier geraakt zijn, hebben dat kunnen doen door mee te reizen op de trein. "Op" de trein mag je hier dan ook zeer letterlijk nemen. Geld hebben ze niet en dus kruipen ze gewoonlijk boven op de wagons om op die manier de treinconducteurs een stap voor te zijn. Voor de geoefende kinderen is dat niet echt een probleem maar de nieuwelingen moeten toch extra goed uitkijken. Regelmatig wordt de Oeuvres Maman Marguerite opgeroepen om gewonde kinderen te gaan afhalen in het station. Onderweg zijn ze dan in aanraking gekomen met de elektriciteitsdraden of vallen ze tussen twee wagons in... Zo zijn er meerdere gevallen gekend waar de kinderen het ongeval wel overleven maar enkele vingers of een been als tol betalen.
Maar goed, Unicef brengt dus 14 jongens weer naar huis, met het vliegtuig! Wanneer er plaats is op een vlucht mogen ze per twee mee. Eens ter plaatse wordt de reïntegratie opgevolgd door sociaal assistenten van Unicef.
De hele operatie is een meevaller voor de OMM. Door de tussenkomst van Unicef besparen ze een hoop geld dat gebruikt kan worden voor andere projecten en ze zijn er vooral in geslaagd veertien kinderen de kans te geven zich weer te herenigen met de familie... Van nu af aan is het duimen geblazen op een goede afloop.
DAG 25: KLEIN, KLEIN KLEUTERTJE, MAAK NOG EENS WAT RIJST
7u30: we komen aan op het projectenbureau. Een half uur later krijgen we bezoek. De man die langskomt is vergezeld van zijn persoonlijke chauffeur. Hij lijkt wat zenuwachtig. Het is de directeur van de plaatselijke afdeling van DHL. Normaal gezien komen deze mensen zelden of nooit achter hun bureau vandaan, maar voor ons maakt hij blijkbaar een uitzondering... Hij komt ons vragen wanneer we van plan zijn de 12 dozen materiaal te gaan afhalen. Het antwoord wordt gegeven door Eric: "Kijk, wij moeten $400 betalen voor een vracht ingezamelde materialen. Iéts van invoerrechten is mogelijk, maar $400 is toch wat te veel." Op zich kan de man er zelf niets aan doen, want de taksen worden opgelegd door de douane. Desalniettemin begrijpt hij het probleem en beslist hij zelf contact op te nemen met de overheidsdiensten. Wat later op de dag krijgen we het bericht dat de materialen in de loop van volgende week zullen worden geleverd...
's Avonds ontmoet ik in Bakanja Ville een jongen van misschien (hopelijk al) 5 jaar oud. Zijn ouders wonen in de wijk Kenia (een buitenwijk van Lubumbashi), zijn oudere broer komt ook geregeld naar Bakanja en leeft dus ook op straat. Vandaag werd er contact opgenomen met de ouders om hen ervan te overtuigen hun kleine spruit weer in huis op te nemen. Spijtig genoeg is de sociaal assistent met een negatief antwoord teruggekeerd en slaapt de jongen dus weer enkele avonden in Bakanja Ville. Volgende week wordt een tweede poging ondernomen. Het lijkt misschien wat lang, maar als de mensen onder druk worden gezet is de kans groot dat ze het verzoek voor reïntegratie volledig verwerpen.
Het is verbluffend om te zien hoe die jongen instaat voor het koken van zijn eigen potje. Een kleuter die beseft dat je water en vuur nodig hebt om rijst klaar te maken, en dan ook nog eens de juiste handelingen kent... Ik ben blij dat de kleuters in Vlaanderen nog hulpbehoevend zijn!
DAG 26: KETNET IN LUBUM
Het project begint vorm te krijgen! We zijn vandaag begonnen met het ordenen van de materialen. Elk leerjaar krijgt drie mappen, die deels gevuld zullen zijn met didactisch materiaal. Tijdens de laatste week gaan we proberen een overleg te organiseren met de leerkrachten en de directie van de school. Op die manier kunnen we dan de verschillende methoden uitleggen en hen trachten aan te moedigen om van nu af aan zelf regelmatig materialen aan te maken. We hopen dan de mappen stelselmatig te zien vergroten...
In de namiddag brengen we een bezoek aan het audio-visueel centrum van de Salesianen hier. Ja, hier maken de paters televisie. De nationale omroep heeft quasi geen budget waardoor er niet echt hoogstaande televisie wordt gemaakt. Ring-TV en ROB zijn topzenders in vergelijking met wat we hier te zien krijgen... Om dit gebrek aan ontspanning en informatie tegemoet te komen hebben ze hier dit centrum opgericht. In de montagekamer (die er overigens zeer goed uitziet!) maakt men een jeugdprogramma, een programma voor de ouders om hen te helpen bij het opvoeden van hun kroost en bewustmakingscampagnes ten voordele van de straatkinderen... Het centrum huisvest ook nog een videotheek en een verzameling dia's. De videotheek is een positief alternatief voor de "Jean-Claude Van Damme- films" die hier met de regelmaat van de klok worden vertoond. De diaverzameling heeft een meer educatieve inhoud waarmee leerkrachten en opvoeders kunnen werken in de scholen en opvanghuizen.
Onderweg terug naar het projectenbureau worden we aangeklampt door een man van ongeveer 35 jaar. Hij vertelt ons dat hij samen met zijn vier kinderen is gevlucht uit het oosten van het land omwille van de oorlogssituatie. Dit verhaal wordt natuurlijk niet zomaar opgehoest... Zoals zo velen in de stad denkt hij bij het zien van blanken dadelijk aan dollars en rijkdom. We maken hem dan maar duidelijk dat we hier zijn als vrijwilligers voor de kinderen van de straat en niet om op straat geld te staan uitdelen. Het klinkt misschien niet echt sympathiek, maar je helpt hier niemand door in het wilde weg cadeautjes uit te delen.
DAG 27: DE TIJD VAN TOEN
Rond 8u45 wijst Eric ons op het geluid van een vliegtuig. Geertrui is vandaag vertrokken richting België en we mogen er zeker van zijn dat dit haar vliegtuig is. Het is namelijk het enige dat zo stipt vertrekt...
De hele dag werken we verder aan de dingen waarvoor we eigenlijk naar hier zijn gekomen. Ondertussen worden we door vrtnieuws.net op de hoogte gehouden van de gebeurtenissen in Ath... Het is toch even slikken, zelfs als je in Lubumbashi zit.
Om vier uur zijn we uitgenodigd bij Luc, een rasechte West-Vlaming die al jaren op de technische school Salama verblijft. "Op zaterdag moet je niet te lang werken, kom om vier uur maar een pintje drinken" is zijn overtuigende zin om ons tot daar te krijgen. Bij aankomst wordt ons dadelijk een glas "mélange" aangeboden. Die "mélange" is een verrassend lekkere combinatie van Simba en Tembo. Ondertussen krijgen we een hoop verhalen te horen over de tijd van toen. Piet, een andere Salesiaan, weet ons grootse verhalen te vertellen over de tijd van Mobutu... Voor de humoristische kwinkslag zorgt Luc dan weer. Vier flessen bier (één fles heeft hier een volume van 73cl) en een heleboel wetenswaardigheden later vertrekken we richting Bakanja Ville.
DAG 28: WELKOM THUIS
Het feit dat het zondag is vandaag geeft ons de kans ons nog eens om te draaien nadat onze biologische klok is afgegaan. Gek genoeg word ik hier al automatisch wakker om 7u. Of dat te maken heeft met de regelmaat die hier geldt of met de kinderen die vroeger en sneller wakker zijn dan ik, weet ik niet. Het kan me ook niet veel schelen, ik mag nog wat verder pitten... Op een Congolees onmogelijk laat uur overwin ik mezelf dan toch en loop ik nog vrij slaperig richting ontbijttafel. Onderweg houdt Alfa me tegen. Hij is één van de leerlingen van Cité des Jeunes waarmee we vorig jaar menige kaart- en sportavonden hebben doorgemaakt. Hij staat wat zenuwachtig te draaien wanneer hij me vraagt een bezoekje te brengen aan zijn vakantiehuis. Alfa is afkomstig uit het oosten van Congo maar is daar moeten vertrekken omwille van de onveilige situatie die er heerst(e). Hier in Lubumbashi is hij helemaal alleen, zonder familie of kennissen uit de streek waar hij opgroeide. De leerlingen van Cité des Jeunes blijven tijdens de vakantiemaanden één maand op het internaat, de tweede maand gaan ze met vakantie bij familie. Omdat hij nergens terecht kon heeft de plaatselijke pastoor, Alfa een klein huisje ter beschikking gesteld waar hij met enkele van zijn lotgenoten de vakantie kan doorbrengen. Ik mag daar dus op bezoek. Ik voel me vereerd en tegelijkertijd ook wat ongemakkelijk. Hier in Congo is het absoluut geen gewoonte om bij de gewone bevolking het huis te gaan bekijken. Een buitenkansje dus... we spreken af om 15u.
Wanneer ik het erf betreed, vertelt Alfa me dat op datzelfde perceel ook nog de schooljuffrouw en de klusjesman van de parochie wonen. Je moet weten dat het huisje dezelfde grootte heeft als twee garageboxen. Alfa en zijn vrienden wonen met zes op een kamertje van 5 op 5 meter. De slaapkamer wordt door twee doeken gescheiden van wat ze hier de living noemen. In diezelfde slaapkamer staan twee bedden (inderdaad voor zes mensen van ongeveer 17 jaar oud!). De living is net iets groter, ramen vind je er niet en van meubelen is ook al geen sprake... Het lijkt allemaal nogal schamel maar voor hier valt het dat nog vrij goed mee. Het meest opvallende is hoe fier ze zijn over hun eigen plekje. De sfeer die er hangt is te vergelijken met een jeugdhuissfeer bij ons, de bewoners zitten in een klein groepje bij elkaar net voor de deur waar ze keuvelen over vroeger, later, dromen en meisjes... Iedereen die hier voorbijkomt kent de jongens en zegt hen bijgevolg overtuigd en vriendelijk goeiedag.
's Avonds kruipen we op tijd onder de wol, want morgen staat de brousse op ons te wachten...
DAG 29: MOE MAAR TEVREDEN!
Een dikke maand geleden mocht ik mee naar de Nissan-day (4X4) in België. De hele dag hebben we toen kunnen rondrijden op een prachtig aangelegd parcours net over de taalgrens. Vandaag heb ik een zeer vergelijkbare ervaring opgedaan: de brousse...
Rond 8u30 vertrekken we met een volgestouwde LandCruiser richting Dilanda. Een dorpje van enkele tientallen mensen, op een dikke 50km van de stad. Het dorpje is bereikbaar via 2 wegen, de ene weg is dubbel zo lang als de andere maar, je doet er even lang over... In het heengaan nemen we de langste weg. Het is de baan naar Kasumbalesa, een grensstad tegen Zambia. Deze weg wordt frequent gebruikt door de grondstofbedrijven in de streek rond Lubumbashi. En ja, ook Forest is daarbij, hij heeft zelfs de nobele taak op zich genomen om die weg te onderhouden... Toch vreemd dat hij die belofte zo goed nakomt in vergelijking met het beloofde onderhoud van de stadswegen. Na pil 70km verlaten we de goede weg en komen we terecht op een... weg (denk ik) door de brousse. Het feest begint! 15 minuten later (we hebben dan ongeveer 10km afgelegd) staat een barrière ons op te wachten. Hier begint het domein waar Georges Forest bezig is met de ontginning van grondstoffen en omdat die grondstoffen hier zomaar te rapen liggen moeten we ons verantwoorden. Deo's naam en de nummerplaat worden keurig genoteerd terwijl een tweede 'agent' de lading controleert. Er is geen enkele reden om ons de toegang tot het domein te ontzeggen waardoor we zonder al te veel discussie mogen doorrijden. Nog geen vijf km later worden we geconfronteerd met een tweede obstakel: een in panne gevallen vrachtwagen verspert de weg. Er zit niets anders op dan het letterlijke hazenpad te nemen en de weg af te gaan om de vrachtwagen (en zijn twintigtal passagiers) te kunnen passeren.
Tot onze aankomst in Dilanda worden we nergens meer opgehouden, na een dikke 100km oftewel 2 uur rijden ben ik blij dat ik de benen kan strekken. Voor ons is dit bezoek een hele belevenis, voor Jean Louis (een straatkind dat is meegereisd), betekent dit het begin van een hopelijk mooiere toekomst.
Jean Louis zit al sinds 2001 op straat. Nadat zijn vader omkwam als militair had zijn moeder de financiële mogelijkheden niet meer om haar kroost te onderhouden. Jean Louis zag in het straatleven een oplossing om een centje bij te verdienen. Hij woonde toen zo'n 12 km van het stadscentrum verwijderd en deed die afstand alle dagen te voet (op én af!). Na een tijdje beslist hij om enkele dagen per week de nacht door te brengen in Bakanja Ville, omdat de afstand hem teveel werd. Erg blij was hij niet met die situatie want enkele weken later vraagt hij de sociaal assistent op Bakanja Ville of hij ervoor kan zorgen dat hij weer naar huis kan om daar dan ook naar school te kunnen gaan. Het contact met de moeder verloopt positief, de organisatie koopt schoolmaterialen aan en enkele dagen later vertrekt Jean Louis weer naar huis. Tijdens een nachtcontrole,vier maanden later, wordt Jean Louis weer opgemerkt in de stad. De moeder heeft een nieuwe vriend die weigert voor haar kinderen te zorgen... Er zat hem niks anders op dan weer de straat op te gaan. Dit keer samen met zijn jongere broer. Bakanja Ville is hun nieuwe slaapplaats geworden... Tijdens de volgende vakantie worden de kinderen aangespoord om vanaf september school te lopen in Bakanja Centre. Allebei gaan ze op het voorstel in, tot de moeder weer op de proppen komt. De relatie met haar vriend is stukgelopen en dus wilt ze haar kinderen weer eens in huis opnemen. Je hoort het al, nog eens drie maanden later is de tweede vriend aan de beurt en ook nu weer belanden de kinderen op straat.
Gelukkig kan de jongste van de twee door een openstaande plaats opgenomen worden in het internaat van Bakanja Centre terwijl Jean Louis zelf de kost probeert te verdienen met het poetsen van schoenen in de stad. Hij maakt de sociaal assistent duidelijk dat het straatleven echt niks voor hem is en dat hij graag naar Dilanda zou willen gaan... Zo gezegd (gevraagd), zo gedaan dus. Vandaag is de dag! Jean Louis is zenuwachtig... de andere kinderen die reeds op Dilanda verblijven kijken hem controlerend aan. De eerste kennismaking met het huis verloopt zoals elke eerste kennismaking maar een half uurtje nadien loopt hij er rond alsof het al jaren zijn thuis is. Vlak voor onze terugkeer laat hij me nog fier zijn bed zien en vraagt hij me veel groeten te doen aan de vrienden van Bakanja Ville. "Ik ben ontzettend blij om hier te zijn, want nu kan ik studeren, net zoals jij hebt kunnen doen", is zijn duidelijk goed voorbereide afscheidszin. In de voorbije weken heb ik een aantal keer een leuk gesprek met hem gehad over wat de toekomst hem kon brengen, over België en Congo,...
Ik was aangedaan door wat hij me vertelde waardoor ik hem het volgende antwoord gaf: "Als ik ooit nog eens de kans krijg om naar hier te komen, dan beloof ik je om je te komen bezoeken en te kijken hoe het je hier bevalt!". Ik moet dus nog wel eens terugkeren zeker... :-)
Op de terugweg is het de beurt aan de kortste weg. Kortste is ook het enige compliment dat je kan geven aan deze route. We doen er 3 uur over vooraleer we de stad bereiken... Gelukkig zorgen het avontuur en de mooie landschappen voor een degelijke afleiding! Onderweg houden we ook nog even halt in Kansebula, de campus Filosofie van de Salesianen hier.
Om 17 uur kunnen we moe maar tevreden de zetels van Bakanja Centre begroeten...
DAG 30: DE CONGOLESE BUREAUCRATIE
Het "gouvernoraat" is de eerste stopplaats waar Raymond, Reza en ik halt houden wanneer we onderweg zijn op zoek naar de dozen die werden opgestuurd met DHL. Natuurlijk weten we wel waar die dozen terug te vinden zijn maar om ze aan een eerlijke prijs te kunnen bemachtigen moet je hier blijkbaar tot op het hoogste niveau gaan... We brengen een kopie van een zeer duidelijke brief naar de vice-gouverneur van de Katanga. De originele brief is gericht aan de directie van Ofida (Office de Douanes).
Bij onze aankomst op het gouvernoraat, wordt ons op een vriendelijke maar duidelijke manier gevraagd ons te laten vergezellen door een "hôtes" die ons tot aan het secretariaat van de vice-gouverneur brengt. De man zelf is natuurlijk in vergadering en bijgevolg onbereikbaar maar zijn secretaris belooft ons de brief zonder fout te overhandigen...
Tien minuten later staan we aan te schuiven bij Ofida, voor dezelfde brief. Ook hier is de man die we zoeken in vergadering... We vragen dan maar wanneer we mogen terugkomen voor een onderhoud met de man. "Morgen, na de middag" is het antwoord. Het is vandaag 3 augustus, de dozen van DHL zijn al een maand in het land en nog blijven ze ons hier van het kastje naar de muur sturen... Congo en haar autoriteiten... een avontuur.
Teleurgesteld keren we dan maar terug naar het projectenbureau. Onderweg maakt Raymond ons aan de hand van een hoop sprekende voorbeelden duidelijk dat je hier in Congo zeer moeilijk kan rekenen op de overheden. Het idee dat Congo verziekt is van corruptie en vriendjespolitiek groeit bij mij. Het is een overlevingsstrategie: mensen worden zelden uitbetaald en als dat dan toch het geval is, dan ligt het loon veel te laag om er een leven mee op te bouwen!
DAG 31: KINDERECHTEN?
Het is opvallend stil rond de muren van Bakanja Ville. Andere dagen zie je er her en der kinderen de stad in trekken, op zoek naar wat geld en eten.
Wat verder, aan de militaire kazerne wordt ons duidelijk waarom. Gisterenavond had één van de jongens $100 "gevonden". Het nieuws verspreidde zich als een olievlek over de stad waardoor de militairen het deze morgen nodig vonden om zich hiermee te gaan bemoeien...
Normaal gezien is zo'n zaak iets voor de politie maar hier in Congo is alles mogelijk en dus staat Emille (een opvoeder van Bakanja) op straat te discussiëren met de militairen. Rond het hele gebeuren krioelt het van de straatkinderen die minuut na minuut merkelijk geïrriteerder raken. Enkele soldaten vonden het blijkbaar nodig om de jongen te willen oppakken, een kind! Goed, wat hij gedaan heeft is niet erg koosjer maar er werd niet eens aangifte gedaan van de feiten... Van dat oppakken komt niet veel in huis want de jongen heeft zichzelf ondertussen opgesloten in de wagen van Emille. De militairen slagen er wel in de $100 te bemachtigen en eisen één tiende op (om de zaak te laten rusten). Puntje komt dus bij paaltje, dit hele circus had enkel te maken met geld...
Moest ik in hun plaats geweest zijn, ik had het niet gedaan want de tientallen kinderen worden echt boos en beginnen stenen te verzamelen. Lang duurt het niet of elke militaire pion staat mooi achter de poort van de kazerne. Ik maak me de bedenking dat het sterkste leger zich blijkbaar op de straat bevindt en dat de gemiddelde leeftijd niet boven de achttien jaar gaat...
In de namiddag is het weer de beurt aan Ofida. Gelukkig zijn we niet vertrokken met al te veel verwachtingen want bij onze aankomst krijgen we te horen dat meneer de directeur in vergadering is en dus niet bereikbaar. We krijgen het advies om morgenvroeg terug te komen, voor negen uur. Beleefd leggen we ons neer bij wat we te horen krijgen. We zullen morgen wel weer zien.
's Avonds is het gespreksonderwerp aan tafel al snel duidelijk: de strubbelingen van deze morgen. Het hele verhaal wordt uit de doeken gedaan waardoor de maaltijd net iets minder rustig verloopt dan anders. Iedereen is het er wel over eens... kinderen oppakken, kan niet en de bemoeienissen van de militairen waren enkel te wijten aan het feit dat ze dan geld konden verdienen...
DAG 32: BINGO!!
Mijn ogen zijn nog maar half open wanneer we het kantoor van de directie van Ofida binnenlopen. Ja hoor, we zijn binnen geraakt... "J'écoute!", verwelkomt de man ons. Wanneer Raymond tracht uit te leggen dat we de taxatie voor onze materialen net iets te hoog vinden, wordt hij onderbroken door het mobieltje van meneer de directeur. Dit zal gedurende het hele gesprek nog zo'n tien keer voorvallen en de man zit er op geen enkel moment mee in om zonder schroom dat ding op te nemen. Aan het einde van het gesprek komt zijn conclusie: "Je hebt al een cadeau gekregen door de pakken gratis te kunnen versturen met DHL, je gaat dan toch niet verwachten dat wij ook nog eens met pakjes gaan gooien?" Ik word boos maar houd me in want een ruzie zou ons al helemaal niet vooruit helpen. Raymond repliceert hem door duidelijk te maken dat het om de kinderen van Congo gaat en dat wij er persoonlijk geen enkel voordeel bij hebben die pakken af te halen en de som te betalen dus... de man onderbreekt door een telefoontje. "Goed, ik regel wel even wat", is zijn verontschuldiging. Vijf minuten later geeft hij ons de opdracht om binnen twintig minuten bij DHL te zijn waar ook een inspecteur aanwezig zal zijn met wie we het op een akkoordje mogen gooien. Het taxatiegeld dat ons wordt gevraagd is hoogst waarschijnlijk niet bedoeld om de staatskas te voeden maar wel om alle betrokkenen hun eigen portefeuille wat aan te dikken. Toen ze doorhadden dat we de pakken niet zouden ophalen als de prijs niet daalde betekende dit ook dat ze geen geld zouden zien... Het was dus geregeld.
We zijn te vroeg bij DHL (lees: op tijd maar in Congo ben je dan te vroeg). Monsieur Bobo, directeur van DHL Lubumbashi is blij ons te zien. De laatste weken is hij herhaaldelijk opgebeld door DHL België waardoor hij zo snel mogelijk van die pakken verlost wil zijn. Hij zit er bijgevolg niet mee in ook wat druk uit te oefenen op de inspectie die 5 minuten later binnenstapt...
Na de kennismaking en het beleefde handjes-geschud wordt de eerste doos aan een controle onderworpen: bij elk voorwerp wordt gevraagd naar de bruikbaarheid in de klas. Raymond en ik improviseren er op los en ze schijnen het allemaal nog te geloven ook. Na twee dozen houden ze het voor bekeken... Bij de prijsberekening komen een hoop getallen en regeltjes kijken alvorens ze ons een nieuwe prijs voorstellen: $200 (we komen van $400). "C'est la dernière fois que je fais ça pour le Congo!", antwoord ik met uitgestreken, droevig gezicht. Het schijnt te werken want ze vragen me welke prijs ik dan zelf voorstel. Als de waarde van het opgestuurde product $120 bedraagt, dan vind ik $60 een redelijke prijs... "$100, dan?", vraagt één van de twee me. "Euhm, neen! $8O, hoger gaan we niet!" "D'accord!". Het feest is afgelopen, de pakken zijn in ons bezit en we hebben er nog twee vrienden bovenop gekregen die vanavond met elk $40 dollar naar huis kunnen!
In de namiddag brengen we alles naar Bakanja Centre, waar het uitpakken en sorteren kan beginnen.
DAG 33: BELGISCHE STEDEN, DAAR MOET WAT TE ZIEN ZIJN...
Salama, een school met een dikke 1500 leerlingen ligt in het midden van de stad. In Lubumbashi is het één van de toonaangevende scholen voor drukkerij, metaalbewerking, elektriciteit en automechaniek. Wij lopen er langs omdat we in de drukkerij een A3 printer kunnen terugvinden. Een aantal van de flappen die we aan het maken zijn zouden best op dat formaat worden gedrukt, vandaar...
Bij het binnenkomen worden we ontvangen door Innocent, de broeder die verantwoordelijk is voor het dagelijkse reilen en zeilen van de drukkerij. Hij is erg geïnteresseerd in wat we komen doen en vooral waar we vandaan komen. Enkele jaren geleden heeft hij België bezocht... Na een rondje Belgische steden (waarvan ikzelf blijkbaar dringend enkele nog moet gaan bezoeken) komen we toch nog tot hetgeen waarvoor we eigenlijk waren langsgelopen.
Om tot bij de computerruimte te geraken moeten we een grote zaal vol machines en drukpersen doorlopen. De leerlingen kijken ons nieuwsgierig aan maar werken duchtig voort aan de opruim van de drukzaal. Een beetje verder in de zaal zijn enkele mensen bezig met het samenbinden van boeken. Wij worden ontvangen door één van de werknemers die zich bezighoudt met de grafische ontwerpen. Bij hem vinden we terug wat we nodig hebben. Nadat het papier op maat gesneden is en de printer aangesloten kunnen we eraan beginnen. In zijn kantoor vinden we een aantal van de resultaten terug die in deze drukkerij gemaakt werden. Het valt me op dat een bedrijf als Brasimba (dat toch deel uitmaakt van een Frans concern) haar drukwerk laat verrichten door deze drukkerij...
Een goed half uur later vinden we nog even de tijd om Luc op te zoeken in het atelier van de metaalbewerking. De man die ons op zaterdag voorziet van een lekkere pint is hier de verantwoordelijke. Hij is wat teleurgesteld wanneer we binnenkomen. Niet omwille van ons bezoek maar omdat er weeral geen elektriciteit is waardoor het hele atelier stil ligt. Stroomonderbrekingen zijn hier de normaalste zaak van de wereld. Een beetje gek als je bedenkt dat Congo de mogelijkheden heeft om stroom te produceren voor het hele land en ver daarbuiten. Ook hier komt de oneerlijke handel en de vriendjespolitiek stokken tussen de wielen steken want de stuwdam in het westen van Congo draait niet op volle toeren en de elektriciteit die er toch aangemaakt wordt, wordt voor het grootste stuk uitgevoerd naar het buitenland...
Door dit voorval komt Luc weer terug op verhalen uit de tijd van Mobutu, de economie van toen met... het miljoenengeld. Hij heeft nog enkele van die briefjes liggen en belooft ons die cadeau te doen ("als je morgen een pint komt drinken!")
DAG 34: MOEDER, MIJN SCHOENEN ZIJN GEPOETST! EN HOE!?
Zo gezegd zo gedaan. Gisteren beloofden we een pint te gaan drinken bij Luc en voilà, we zitten er... Schol!
Anderhalf uur en weer enkele mooie verhalen rijker vertrekken we richting Bakanja Ville. Dadelijk bij het binnenkomen komt Sylvain me tegemoet. Hij is een jongen van ongeveer 13 jaar oud. Enkele maanden geleden werd hij opgenomen in het internaat van Bakanja Centre maar hij kon de vrijheid van de straat niet achterlaten en is daar weer vertrokken, terug de straat op. Hij komt nog wel elke avond zijn potje koken en de nacht doorbrengen in Bakanja Ville maar is niet dadelijk van plan de straat te verlaten. Waarom? Hij verdient er zeer goed zijn boterham en vindt niet dat dat opweegt tegen een schoolloopbaan... Door elke dag de stad in te trekken en er de schoenen van voorbijgangers te poetsen weet hij best wat geld te verdienen. Zijn bijnaam onder de jongens is niet voor niks "le commerçant".
Vandaag heeft hij zijn poetsgerief nog in de hand wanneer we aankomen waardoor hij met veel fierheid uitlegt waarvoor alles moet dienen... Al gauw is alles uitgepakt en staat er een voetsteuntje voor me klaar. Ik probeer eerst nog de boot af te houden (er zijn hier wel meerdere schoenpoetsers die wat geld zouden willen verdienen door mijn schoenen te poetsen), maar hij blijft volhouden en staat er op het gratis te doen. Door de druk van de andere kinderen (die dit gebeuren maar al te graag willen zien) laat ik me overhalen. Bij zijn materiaal staat ook een oud waterflesje gevuld met... Simba. Ik bekijk het allemaal wat onzeker. Voor ik het goed besef heeft hij een sponsje ondergedompeld in het gerstenat en is er mijn schoenen mee aan het inwrijven. De uitleg die hij hiervoor geeft klinkt aannemelijk: het bier haalt - net zoals water - het stof van de schoenen, maar zorgt ook voor een beschermende film. Het blijkt allemaal nog waar te zijn ook! Ik trek een duidelijk besluit dat nu nog zeer moeilijk te ontkennen valt: Bier is nuttig!
Wat verderop is er commotie ontstaan. Een tiental kinderen staan rond Emille een verwarde uitleg te geven over twee jongens die weeral werden opgepakt door onze vrienden van het leger. Blijkbaar zouden ze het mobieltje van een commandant hebben ontvreemd en werden ze daarom meegenomen. Veel hulp kan er op dit moment niet meer geboden worden: het is reeds 20u30 en onderhandelen met het leger is hier niet bepaald eenvoudig te noemen...
DAG 35: VOETBALGEK
Wassen, uitwringen en laten drogen: de zondag is weer daar. Vandaag komen er een dikke 200 kinderen langs. In de stad is een belangrijke voetbalmatch aan de gang die de aandacht van een hele hoop kinderen trekt waardoor ze niet naar Bakanja Centre zijn afgezakt. Spijtig, maar goed, ze zullen zich in de loop van de week wel onder de douche van Bakanja Ville opfrissen...
De namiddag is een echte zondagnamiddag... Na het eten genieten van de rust, een middagdutje en een lekkere tas koffie. Tussendoor doen we nog wat voort met het sorteren van de ingezamelde schoolmaterialen: rood bij rood, groen bij groen en ga zo maar door.
Vanavond worden we verwacht op de luchthaven. Er komen vier Italianen aan die de Oeuvres Maman Marguerite komen bekijken. De bedoeling van hun bezoek is het voorbereiden van een drie jaar durend project om de oud-leerlingen (en dus ook ex-straatkinderen) aan een job te helpen. Na die drie jaar zal dit alles worden verder gezet door de OMM zelf. Suzanne van Interlabor in Lubumbashi dus...
Wanneer we de luchthaven bereiken worden we tegengehouden om de parkingtax te betalen (1700 Francs Congolais). Een militair controleert met een oogopslag de inhoud van de wagen... We hebben geluk en mogen doorrijden. Aan de ingang van de luchthaven merken we dat er belangrijke passagiers worden verwacht. De klederdracht verraadt dat het om de plaatselijke voetbalploeg gaat: Mazembe won in Kinshasa een belangrijke wedstrijd en keert fier terug als bekerwinnaar. De enthousiaste supporters gaan volledig uit hun dak wanneer de eerste spelers de controleposten zijn gepasseerd. Als je er van overtuigd bent dat Nederland voetbalgek is, dan moet je de Congolezen hun enthousiasme vermenigvuldigen met vier.
Samen met de laatste passagiers verlaten ook de Italianen het vliegtuig. Anderhalf uur nadien zijn de pakken aan de beurt: Congo betekent ook (lees: vooral)... wachten!
Op onze terugweg naar Bakanja Centre worden we opgehouden door een eerste wegversperring: bij het zien van onze "Don Bosco-sticker" laten de plichtbewuste agenten ons zonder al te veel moeilijkheden passeren. Wat verder, net voor we Bakanja bereiken, worden we een tweede keer tegengehouden. Ditmaal zijn het soldaten die naar onze papieren vragen. De "Don Bosco-sticker" werkt deze keer niet en wij hebben geen paspoorten bij. Probleem! Ze zijn immers van plan onze hele wagen en de bagage van de Italianen grondig uit te pluizen... Eric antwoordt hierop met het gevatte "la bonne soirée, encore!", sluit het raam en rijdt de versperring zonder veel ophef voorbij. De soldaten laten we verbaasd en ontgoocheld achter ons.
Bij onze aankomst in Bakanja Centre is er, voor de zoveelste keer, geen elektriciteit. De stroomgroep wordt dan maar aangezet en er wordt ons nog een glas Simba aangeboden...
DAG 36: PROBLEMEN? IN CONGO?
Een land met naar schatting 52 miljoen inwoners, waarvan ongeveer 90% een levensstandaard heeft die je op z'n minst mensonwaardig kan noemen: elektriciteit is er in veel gevallen niet, proper water al evenmin, eten is vaak een utopie... De grote meerderheid van de bevolking heeft maar één job: over-leven. In zo'n land zouden ministers bezig moeten zijn met heropbouw van de steden, de opwaardering van de economie, de organisatie van onderwijs en bestrijding van corruptie... Zouden, inderdaad want hier in Congo heeft vandaag één of andere minister van weet-ik-veel-welke-bevoegdheid beslist om een nieuwe wet uit te schrijven: De vrouw mag geen broek meer dragen en moet vanaf vandaag gekleed gaan in rok of panje! Het eerste moment begin ik te lachen, dit moet een mop zijn! En toch, het is de realiteit.
Op datzelfde moment krijgen we ook te horen dat op enkele kilometers van de stad een heel dorp werd leeggeplunderd door bandieten die in de maand juni "ontsnapt" zijn uit de staatsgevangenis (ontsnapt met tientallen tegelijk... hallo?!). De gangsters hebben eerst het hele dorp omsingeld, de mensen uit hun huizen gejaagd en er dan grote kuis gehouden. Alle bezittingen, al dan niet waardevol, hebben ze meegenomen. Als aandenken lieten ze een verwoest dorp achter.
Bij deze plunderingen is ook de broer van één van de Salesianen hier vermoord. De arme man was met zijn fiets op weg van de stad naar huis. Waarschijnlijk had hij het geld dat hij overdag in de stad verdiend had op zak...
De tekst van Boudewijn de Groot past hier, 30 jaar na datum, nog steeds als gegoten: "Ach meneer de president, slaap zacht..."
Die nieuwe wet is niet enkel ongelofelijk belachelijk en discriminerend, ze zorgt ook nog eens voor een hoop extra problemen in de stad. Draagt een vrouw toch een broek, dan mag je er zeker van zijn dat agenten en militairen er gretig gebruik van gaan maken om hun portefeuille wat aan te dikken. Daarnaast zien ook de kinderen van de straat er een mooi alternatief in om geld te vergaren...
"Mooi land, de Congo... maar God, er is nog veel werk aan..."