Congo - Dagboeken - Jeroen's dagboek 2005
WEEK 1: In de rue N'djamena (op de melodie van "In de rue des bouchers")
"WENDE LALA" (ga slapen) en "LALA MUZURI" (slaapwel) kondigden aan dat het bedtijd was voor de ongeveer 150 straatkinderen die hier op Bakanja Ville de nacht komen doorbrengen. We zijn 5 juli 2005. Het is een jaar geleden dat ik hier nog ben geweest maar ik werd hier weer enthousiast onthaald met de gebruikelijke "Oma Che Che" en "Chiwawa". Een aantal kinderen waren op zoek naar mijn echte naam maar die twee pseudoniemen blijven blijkbaar wel goed hangen... (wat een liedje al niet kan doen).
De reis van zondag was lang en vermoeiend. Met een kleine vertraging zijn we vertrokken op Zaventem... Lubum here I come! Aan de check-inn was het opvallend kalmer dan anders, het leek wel of de vakantie nog niet echt begonnen was maar dat gevoel ging al snel over wanneer ik arriveerde in de tax-free-zone. Een lange rij wachtenden kondigde de reiskriebel van de Belg aan. Ik dus maar volgen tot het mijn beurt was om de douane te passeren. Wanneer dit hele gebeuren achter de rug was en ik mijn spullen weer mocht meenemen en aantrekken (ja, ook de broeksriem moest aan de controle geloven) ontmoette ik mijn medereizigers. Alix, Lambert en Johan kende ik reeds, zij waren vergezeld door twee andere Salesianen uit Italië. De reis kon beginnen.
Eigenlijk is alles vrij vlot verlopen: in Kinshasa hebben we wel wat langer moeten wachten in het vliegtuig vooraleer we mochten overstappen in het kleinere luchtschip dat ons richting Lubumbashi zou brengen. Een dikke twee uur later werden we zonder al te veel problemen door de douane geloodst dankzij een medewerker van de Salesianen hier. Onze papieren waren wel andere koek... blijkbaar ontstaat er hier - om God weet welke reden - steeds een probleem wanneer ik met mijn paspoort de grens wil passeren, gevolg: lang wachten en $10 taks.
Aan de uitgang staan Eric en Raymond me op te wachten. Na zo'n lange reis is het leuk om bekende gezichten te zien.
De dag wordt rond 24u afgesloten met een smakelijke Simba (lees: Congolees alternatief voor Stella).
Om ervoor te zorgen dat ik hier de rest van mijn verblijf nog wat waard ben, slaap ik op maandag uit tot net voor het middagmaal (van waar ken ik dat...) Ontbijten doe ik dan maar met frieten en vlees! Tijdens het middagmaal krijg ik het spijtige nieuws te horen dat vannacht een van de jongens is overleden. Vorig jaar fotografeerde ik hem nog voor de "droom-affiche". Een hersenvliesontsteking werd hem fataal en zorgde ervoor dat hij deze namiddag wordt begraven. Ja, dat is rap, maar de familie liet weten dat ze niet naar Lubumbashi zou afzakken voor de viering... Een dag later komt de oma langs op Bakanja Ville om samen met de sociaal-assistent een bezoek te brengen aan het graf.
Tegen 13u30 vertrekken we naar het projectenbureau. Eric en Raymond werken hier dag in dag uit aan het vergaren van financiële middelen om de Salesiaanse molen hier draaiende te houden. Al snel wordt duidelijk dat dat niet de meest eenvoudige opdracht is: dossiertjes opstellen, verantwoordingen neerpennen, aanvragen bestuderen en bediscussiëren en ga zo maar door. Ik zal me hier de komende weken onder andere bezighouden met geven van computerles aan Raymond: windows, excel, word,... ik ben benieuwd!
Om vijf uur vertrekken we terug naar Bakanja Ville om er de toestromende kinderen op te vangen. Aan de ingang zie je mondjesmaat kinderen toestromen met achter hen of op het hoofd een pak kartonnen dozen. Deze worden gebruikt om hun vuurtjes aan te maken waarop dan de muchele (rijst), bukari (plaatselijk gerecht van water en bloem) en de groenten worden klaar gemaakt. Het is opvallend om te zien dat zelfs bij deze kinderen een soort economie ontstaat: enkele zorgen voor de groenten, anderen voor de bloem en nog anderen voor de vis. Wie geen eten bij heeft moet geld neertellen om te kunnen mee-eten van anderen. Waarom kinderen zelf voor hun eten moeten zorgen? Het antwoord op die vraag is best eenvoudig: Bakanja Ville is geen hotel maar wel een plek waar kinderen op een veilige manier hun eten kunnen klaarmaken en de nacht kunnen doorbrengen. Door deze manier van werken heeft de OMM (Oeuvres Maman Marguerite) ook de kans om een vertrouwensrelatie op te bouwen met de kinderen en hen ervan te overtuigen dat het beter zou zijn de straat weer te verlaten. Sociaal-assistenten staan hier in voor de opvang van de kinderen en het opzoeken van hun herkomst. Als alle gegevens zijn genoteerd kan het "echte" werk beginnen: de kinderen opnieuw integreren in hun oorspronkelijke thuissituaties of ze opvangen in één van de huizen van de OMM. Dit alles gebeurt pas wanneer het kind zelf de straat wil verlaten (elke vorm van verplichting kan immers resulteren in een terugkeer naar de straat).
De dag erop sta ik op een menselijker uur op: het is 8u. De eerste helft van de dag blijf ik op Bakanja Ville om me bezig te houden met de fiches van de kinderen. Elk kind krijgt hier een plaatsje in de computer waar al de gegevens over hun levensloop worden bijgehouden. Mijn taak bestaat erin de meest recente gegevens in te brengen en op die manier de fiches aan te vullen. Het lijkt eenvoudig maar de praktijk wijst iets helemaal anders uit: de namen zijn hier een pak moeilijker uit elkaar te houden en het handschrift waar ik mijn gegevens moet uithalen is niet echt makkelijk te ontcijferen maar goed, al doende leert men...
De namiddag breng ik weer door op het projectenbureau waar Raymond wacht op zijn tweede les in Excel en waar ikzelf mijn mailbox kan bekijken...
Ook vandaag vertrekken we weer rond de klok van vijf naar Bakanja Ville, in de rue N'djamena...
WEEK 2: Over fiches, meisjes van de straat en kippen...
Koffers pakken, heen en weer rijden naar de GB en terug, nog snel een boek gaan halen,... de activiteiten van verleden week. Nu precies zeven dagen later zit mijn eerste week Congo er op en ik heb er nog lang geen spijt van. Sinds dinsdag is het administratiueve werk al een pak opgeschoten. Ik heb nu zicht op wat er allemaal moet in staan, welke gegevens moeten vergeleken worden om dubbele inschrijvingen te verwijderen enz. De meerderheid van de gegevens was al ingegeven maar er zal nog een tandje moeten bijgestoken worden om alles up to date te krijgen. Sommige kinderen staan twee keer genoteerd anderen zelfs drie keer. De verklaring hiervoor is niet zo moeilijk: elke keer er een nieuw kind arriveert op Bakanja Ville worden zijn gegevens zorgvuldig genoteerd. Maar wanneer een kind niet regelmatig komt en bijgevolg niet goed gekend is door de begeleiders, gebeurt het wel eens dat de gegevens een tweede keer worden opgenomen in de computer. Paspoorten of identiteitskaarten bestaan hier niet, laat staan dat elk kind een geboorteacte zou hebben. Daarbij komt nog eens dat veel kinderen de namen van hun ouders niet kennen of niet weten hoe ze geschreven worden, ze kennen hun adres niet of willen het niet kenbaar maken. Velen onder hen hebben ook nog eens een bijnaam. Al die zaken bemoeilijken de reïntegratie in het eigen gezin enorm. Vandaag kwam hier een jongen van ongeveer 15 jaar aan. Al jaren passeert hij regelmatig op Bakanja Ville maar niemand weet waar hij vandaan komt. Hijzelf nog het minst van al want op het moment dat hij het ouderlijke nest heeft (moeten) verlaten was hij nog te jong om de namen of gegevens van zijn ouders te kennen, een verjaardag heeft hij niet en de naam die hij draagt is niet met zekerheid zijn oorspronkelijke naam. Zijn thuis? De straat. Zijn ouders? De stad. Zijn familie? De straatkinderen.
Vrijdag zijn Raymond en ik op bezoek geweest in een een huis voor meisjes van de straat bij Hélène. Zij is de secretaresse van de Oeuvres Maman Marguerite en voedt 13 meisjes op aan de rand van de stad. Om daar te geraken moesten we een aantal typisch Congolese wegen trotseren (een geluk dat we die 4X4 hadden...). Door elkaar geschud komen we aan ten huize "Da Hélène". Vorig jaar was ik hier ook al maar er is wat veranderd... Naast het huis werd een nieuw bouwwerkje neergepland dat zal dienen als kippenhok. De meisjes zullen samen met Hélène een dertigtal kippen verzorgen om ze nadien op de markt te kunnen verkopen. Op die manier komen de meisjes is contact met een vorm van handel voeren die aanvaardbaar is en waarmee ze een centje kunnen bijverdienen. De kans is groot dat meisjes die geen inkomsten hebben ze gaan zoeken door zich te prostitueren. Om dit te voorkomen worden projectjes als deze op touw gezet. Raymond en zijn vrouw Brigitte zijn hiervan de bezielers en begeleiden waar nodig.
WEEK 3: "La brousse, c'est la liberté"
Zondagmiddag worden we op een aangename manier varrast door een bezoekje van José, een brousse-pater uit Sakania (zo'n 230 km van het stadscentrum verwijderd). Hij was voor een week in de stad en komt hier op Bakanja Ville een tas koffie drinken en een babbeltje slaan... Omdat ik nog nooit verder dan 30 km van Lubumbashi ben geweest en dus eigenlijk enkel het stadsleven ken, ben ik erg geïteresseerd in de verhalen die hij te vertellen heeft. Een half uurtje later staat het vast: morgen ga ik mee naar de brousse!
Maandagmorgen moet ik al om 7u30 op de procure zijn want de brousse-delegatie wil voor 9u de stad verlaten en moet nog enkele boodschappen doen. Op de procure treffen we een bijna overladen jeep aan, José die nog snel enkele zaken bijeen zoekt, Jan (een Poolse Salesiaan die nog verder in de brousse woont) en nog een viertal mensen die graag een lift zouden krijgen. Om alles in de LandCruiser te krijgen moet je een kampioen zijn in het puzzelen maar het lukt. Tegen 9u30 kunnen we eindelijk de stad verlaten (er bestaan hier meer glijdende uren dan bij ons...).
Onderweg merk ik dat er twee soorten van brousse-paters bestaan, althans die indruk heb ik toch. Enerzijds heb je de benzine-brousse-paters en anderzijds de diesel-brousse-paters. José was zeker en vast een benzine-brousse-pater: we waren nog niet goed vertrokken of hij zat al klaar om me alle geheimen van de brousse uit de doeken te doen. De hele weg heeft hij vertelt over vroeger en nu.
Om tot in Sakania te geraken zijn we een heleboel typische dorpjes gepasseerd. Eén van de eerste was Lumata en droeg tijdens de kolonie de mooie naam Welgelegen. Nadien volgende nog Sodimico, Kitoto, Lubembe Oriental en Mokambo. In Lubembe Oriental vertelde José me dat hij daar ooit naartoe getrokken was en er moest blijven slapen. Omdat de mensen er niet bepaald veel logeergelegenheid hebben werd hem het bed in de slaapkamer aangeboden. Toen hij in het midden van de nacht wakker werd door de hevige regen en buiten een kijkje ging nemen zag hij dat de bewoners van zijn gastverblijf zich in open lucht een plekje hadden gezocht om de nacht door te brengen. Gastvrijheid is een Congolees kenmerk waar wij nog veel van zouden kunnen leren...
In Mokambo, op 174km van Lubumbashi, houden we even stand. Ook in dit grensdorp aan de rand van Zambia hebben de Salesianen een missiepost waar ze ons vriendelijk ontvangen en een maaltijd aanbieden. De benen en de knieën zijn de eersten die - moesten ze het kunnen - een kreet van verlossing zouden slaan om de verkrampte houding die nu even kan veranderen, ikzelf ben de tweede! Ik krijg er nog een rondleiding in het dorp. Er is iets opmerkelijks aan de kerktoren die hier staat, deze dient niet enkel om de klokken te luiden maar hij fungeert tergelijkertijd als watertoren voor het dorp, de kerk heeft een futuristische uitstraling en is gebouwd in de vorm van een vliegtuig waarbij de twee zijbeuken de vleugels symboliseren.
Een goeie driekwartier later wordt onze reis weer verder gezet. Sakania, here we come!
We moeten nog ongeveer 70km "weg" afleggen voor we op de eindbestemming van vandaag zijn. Het is echt bijna onverstelbaar als de wegen hier bekijkt. Grote putten, takken op de weg en een baantje dat niet breder is dan 1 meter. We hebben nog geluk omdat we gebruik kunnen maken van een privéweg voor de mijnen, de "route national" is nog een pak erger naar het schijnt... onwaarschijnlijk maar waar.
Rond de klok van vier komen we eindelijk aan in Sakania. Bijna 7 uur hebben we gereisd om een dikke 200 km af te leggen. Normaal gezien zou je hier gefrustreerd door geraken maar door de mooie natuur, de stilte en de impressionerende termietenheuvels heb je gelukkig voldoende afleiding om de hobbelwegen en de pijnlijke lichaamsdelen een beetje te vergeten...
Net voor het slapengaan gebeurt hier in Sakania het onmogelijke. Plots schiet iedereen uit de zetel om te gaan kijken wat er buiten aan de hand is. Met open monden staan we in groep te kijken naar de donkere wolken boven ons en wat daar allemaal uitvalt: het regent, midden in het droogseizoen!!! De "koeienregen" is wel heel vroeg dit jaar, klinkt het. Koeienregen is de naam voor de eerste regenval na de droogte die ervoor zorgt dat het vee weer lustig kan beginnen grazen. Achetraf blijkt het maar vals alarm geweest te zijn en moeten we nog niet denken aan de groene vlakten.
De volgende dag is het weer vroeg opstaan geblazen, we zetten onze reis voort in de richting van Kipushya, de missiepost waar Jan verblijft. Ik ben voor het vertrek wat ongerust over wat komen gaat. José gaat niet mee vandaag en Jan is niet bepaald wat je noemt een verteller. Onderweg wordt mijn vermoeden van de diesel-brousse-paters bevestigd: langzaam maar zeker begint Jan me hier en daar enkele verhalen uit de doeken te doen. Tegen onze aankomst is hij bijna niet meer te houden. De reis van vandaag duurt wel een pak minder lang dan gisteren waardoor we al om 13u op onze eindbestemming aankomen. Enthousiast staan Carlo en Antonio ons op te wachten, het zijn twee Italiaanse paters. Carlo heeft hier jaren gewoond en vertrekt morgen samen met ons richting Lubumbashi om daar het vliegtuig naar Turijn te nemen, definitief... Antonio kwam hem tijdens zijn laatste week in Congo vergezellen maar woont eigenlijk in Sakania.
De namiddag geeft me even de tijd om een kijkje te gaan nemen in het dorp, Antonio is mijn gids. De mensen hier leven enkel van wat de natuur hen te bieden heeft, ze eten dagelijks dezelfde voeding en hebben weinig of niks om handen. Opvallend is dat de kinderen hier ook heel weinig spelen. Ze zitten meestal ergens op een bankje te kijken, heelde dag door.
Overdag gaan de meeste inwoners van het dorp naar de velden in de buurt om er aan landbouw te doen. Veel opbrengst moet kje niet verwachten want de grond is niet bepaald vruchtbaar en de materialen waarmee men hier moete werken vind je bij ons terug in oude landbouwmusea's.
's Avonds wordt ik geconfronteerd met iets wat ik nog nooit gezien had. De eenvoud, de stilte en een donkere, pikzwarte nacht... een sterrenhemel waar we bij ons alleen maar van kunnen dromen. Welkom in de brousse. Jan bevestigd mijn gevoel van vrijheid: "La brousse, c'est la liberté!" zegt hij enthousiast en zelfs een beetje fier.
Op woensdag vertrekken we terug naar Sakania want donderdagavond zouden we weer in Lubumbashi moeten aankomen... De reis buiten beschouwing gelaten ben ik ontevreden over de snelle terugreis: veel valt hier niet te beleven en het leesboek dat ik als tijddoder had meegebracht was sinds gisterenavond al uit... Terug naar Sakania dus waar José me een uitgebreide rondleiding geeft op de missiepost. Je merkt dat hij erg fier is op wat hier allemaal verwezenlijkt is. Onderweg haalt hij plots een pakje stekjes boven waarmee ik een broussebrand moet aansteken met een indrukwekkend, knarsend vlammenspel als gevolg. Waar men in Zuid-Europa als de dood voor is wordt hier bewust aangestoken met als doel de grond weer te doen herleven.
Tijdens de wandeling vertelt José met veel enthousiasme over hoe ze hier samenleven met Congolezen, de moeilijkheden en de toffe dingen. Even blijft hij stil staan en kijkt nogal mijmerend naar het dorp. "Comisa wil hier een mijnindustrie uitbouwen", zegt hij. Comisa is naast Forest één van de grootste mijnexploitanten in Congo. Door het opstarten van een nieuw mijnbedrijf zal Sakania hoogst waarschijnlijk grote veranderingen ondergaan en uitgroeien tot een economische kracht in de streek, althans, dat is het vermoeden van José.
Donderdag staat de terugweg op het programma. Weer eens zeven uur met geplooide benen en verkrampte knieën in de auto zitten. Ach ja, eigenlijk mag ik van veel geluk spreken. De lokale bevolking doet die afstand te voet of met een fiets volgestouwd met houtskool. Die houtskool wordt dan verkocht in de stad en zorgt toch voor een minimum aan inkomsten...
Moe maar tevreden en vol mooie indrukken komen we op tijd aan in Lubumbashi.
WEEK 4: Over feestjes, administratie en wassen en slaan.
De laatste dag van de reis is al halfweg. Raar maar waar, de tijd vliegt hier in Congo. De voorbije weken waren druk maar leuk.
Vorige week donderdag, 21 juli en dus nationale feestdag voor de Belgen, werden we uitgenodigd op een receptie in de tuin van onze Consul-Generaal. Jaar na jaar blijft dit toch een belevenis. Alle notabelen, zowel Belgische als Congolese, zijn dan op de afspraak. Van gouverneur tot vrijwilliger, van burgemeester tot stamhoofd. Het bier en de frieten waren volop aanwezig en zorgden voor een aangename en smakelijke tijdsvulling.
Alsof het donderdag nog niet voldoende was geweest opende Eric zaterdagavond mijn verjaardagsfeest met een stevige borrel (een witteke). Op zaterdag hebben we het feest dan ook volmaakt met een etentje bij ons op Bakanja Ville. Samen met Eric, Raymond, Brigitte en Patrick maakten we er een gezellige avond van.
Zondagavond werden we zoals elke week verwacht op Bakanja Centre. Bij aankomst voorspelde het witte tafellaken dat het feesten er nog niet helemaal op zat. Deo had immers een uitgebreide maaltijd voorbereid die afgesloten werd met een lekkere pint, wat apennootjes en het voorlezen van de verjaardagskaart. Ik denk niet dat ik ooit al zo lang aan een stuk mijn verjaardag heb gevierd.
De laatste week stond in het teken van de fiches en de kinderen. In de voormiddag heb ik me toegelegd op de opkuis van het bureau waar de administratie wordt bijgehouden: papieren ordenen, stof afvegen, mappen sorteren,... 's Namiddags stond dan het maken van nieuwe formulieren op het programma, de mappen voorzien van nieuwe duidelijke etiketten. Kortom, zoeken naar een systeem om in de toekomst wat meer duidelijkheid te creëren in de wirwar van papieren en gegevens.
Ondertussen werden we deze week ook regelmatig verrast door verschillende bezoekers die Bakanja Ville eens kwamen bekijken. Onderandere Alix, een Salesiaan uit België, heeft met veel aandacht en waardering geluisterd naar de verhalen die Eric ten berde bracht.
Toen ik dinsdag aan tafel zat voor het middageten vertelde Eric me nog het verhaal van een jongen die zich op Bakanja Ville had aangemeld. Hij leeft al enkele maanden op de straat en was "vergeten" zich regelmatig te wassen. Gevolg: hij had dringend nood aan een stevige opknapbeurt! Als zoiets zich bij ons zou voortdoen denk je meteen aan een warm bad vol schuim, goeie zeep en een washandje. Hier niet, hier gebruiken ze het gewone koude water en... een steen! Omdat de hele huid en dus alle porieën grondig gekuist zouden worden wrijven ze met een steen over het lichaam van de jongen. Dit blijkt de meest degelijke handeling te zijn, zeker als je het resultaat bekijkt. Het klinkt misschien wat raar maar ook Congolezen kunnen zwart zien van de vuiligheid.
Een dag later krijgen we het nieuws te horen van twee kinderen die regelmatig op Bakanja Ville de nacht doorbrengen. Op woensdagnacht waren ze niet blijven slapen maar zijn ze de bloemetjes gaan buiten zetten op de kermis in de stad. Dat van die bloemetjes hadden ze nogal letterlijk opgepakt waardoor een aantal meisjes die daar ook rondliepen werden lastig gevallen door hen. Het was niet echt hun geluksdag want later bleek één van de meisjes de dochter te zijn van een militair. Al snel werden de twee kerels ingerekend en stevig toegetakeld. Een bonte meningeling van builen en gesloten ogen was wat volgde. De ochtend erop meldden ze zich aan op Bakanja, op zoek naar medische verzorging...
Na weer eens vier weken Lubumbashi kan ik morgen met een vat vol verhalen naar huis terug vertrekken...
Congo, 't is iets speciaals!