Congo - Dagboeken - Saar en Noor's dagboek 2007
Week 1
Ondertussen zijn we al één week in Lubumbashi. Omdat we moeilijk op internet kunnen gaan we proberen om wekelijks toch iets te schrijven. We gaan proberen om een overzicht van onze beleefde week op te schrijven.

Om half één 's nachts landden we in Lubumbashi. Eric, Inge, Inès, Gabriélla, Annie en Sèrge staan ons op te wachten. Normaal moesten we om 22u geland zijn. Inge vertelde ons ook over de wijziging van de plannen. We zouden naar Bakanja Centre gaan in plaats van naar Bakanja Ville. In Bakanja Ville is er momenteel geen kamer vrij voor ons. Deze is nog in maak.
Bakanja Centre is een lagere school voor straatkinderen die een tweede kans krijgen. Ze zijn doorgestroomd vanuit Bakanja Ville naar centre. Philip, de sociaal assistent van Bakanja Centre neemt dan contact op met de familie van het straatkind en gaat onderhandelen of het mogelijk is om het kind terug op te nemen. Als de familie dat wilt dan kan het kind genieten van gratis onderwijs. In Congo is het onderwijs privé, dus betalend. Wil de familie het kind niet opnemen dan mag het op internaat komen in Bakanja Centre, maar het internaat is vaak volzet. Waardoor ze in Bakanja Ville blijven en dagelijks vanuit het centrum naar Centre komen, dat net buiten de stad ligt, om school te lopen. Zo kunnen ze bewijzen dat ze gemotiveerd zijn om die tweede kans met beide handen te grijpen en het straatleven te laten voor wat het is.

Om 3u 's nachts zagen we pas ons bed. We werden wel op een aparte manier wakker. Gillende varkens, krijsende kinderen waardoor we niet onmiddellijk uit onze kamer durfden te komen. Als voyeuristen piepten we naar buiten door het gordijntje. We mochten uitslapen, maar aangezien we geen klok hadden zaten we om 8u reeds aan de ontbijttafel. Dagelijks eten we met de vrijwilligsters, père Sèrge en Benoit (priester in spé) in de communauté. Dat is de leefruimte van de gemeenschap. Dagelijks komen ook de Fr?res van andere huizen van OMM mee eten. Een grote familie dus.
Benoit geeft ons een rondleiding. Hij stelt ons in iedere klas voor. Er zijn 7 klassen. Het 1ste tot het zesde leerjaar en 'la classe de préparation'. "La classe de préparation" bereidt de kinderen voor op het beroepsonderwijs. OMM heeft 12 huizen waar ze een beroep kunnen aanleren zoals landbouwer, schrijnwerker, lasser, electrieker, loodgieter, ... . Eén van de twaalf huizen zijn we die voormiddag met Benoit gaan bezoeken, Magone genaamd.

Dinsdag zijn we met père Sèrge het Provencialaat van de Salezianen gaan bezoeken. Het was een grappige rit. Van Bakanja Centre naar het centrum doe je er twintig minuten over. In België zou je er 5 minuten over doen. Maar door de regen zijn er enorme putten in de weg waardoor je van de ene naar de andere kant walst.
Vrijdag was geen school aangezien de examens voor de kinderen juist gedaan waren. Zo vertrokken we met een horde wild enthousiaste internen naar Jacaranda, één van de veertien huizen van OMM waar de kinderen leren 'boeren'. Ze maken hier zelf kaas, yoghurt, kweken koeien, leren planten, ... . Op de weg passeerden er continu fietsers die volbeladen onder weg waren. Wanneer we mensen tegenkwamen riepen ze muzungu, muzungu (blanke) en . We waren een echte bezienswaardigheid. Gelukkig hadden we onze bodygards mee, die duidelijk lieten weten dat wij bij hun hoorden.
Vandaag, zondag, maakten we voor het eerst een Congolese mis mee hier op Bakanja Centre. Er werd gezongen, gedanst, het was met andere woorden groot feest.
Deze week lieten we ons wat leiden en gingen we overal wat piepen zodat we de werking hier leerden kennen. In België zijn we gewoon dat we weten wat we contreet kunnen doen. Alles is goed gestructureerd en georganiseerd waardoor je je plaat vrij snel kent. Hier werkt men anders. We zoeken deze week dus een beetje uit wat onze bijdrage zal zijn en hoe we dit gaan aanpakken.
Week 2
Onze tweede week vertoefden we nog voor één week in Bakanja Centre. In het kader van onze stage konden we er niet veel doen. Zouden we gewoon als vrijwilliger zijn gekomen zou dit anders zijn geweest. We draaiden een beetje mee met de organisatie van het centrum.
Op 22 februari hebben we een mis bijgewoont ter gelegenheid van 100 jaar scouting. De kerk zat propvol scouts! Ours en Gazelle zijn daar ontvangen geweest als 2 koninginnen. We werden er wel wat zot van; iedereen wou onze aandacht en met ons op de foto. Ze beloofden ons allemaal de foto's door te sturen. Dus deze volgen nog.
Het daar op volgend weekend zijn we met 5 jongens van Bakanja Centre naar het scoutsdomein van Lubumbashi gegaan. Er werd ons een lift beloofd naar een groot terrein waar er ter gelegenheid van 100 jaar scouting een weekend met alle scoutsgroepen van Lubumbashi doorging. Het was er zeer leuk. Onderweg naar daar zaten we met 9 man in een personenwagen. Die auto heeft afgezien!!!!
Die zelfde zondag zijn we 's avonds naar Bakanja Ville getrokken, waar we nu voor de rest van ons verblijf in Congo, blijven.
Week 3
Dit is onze eerste week in Bakanja Ville. Dit is een vluchthuis voor straatkinderen, enkel jongens. De deuren staan steeds open voor de kinderen van 6 uur 's morgens tot 21u 's avonds. Om 6 uur staan de jongens op en vertrekken ze gezamenlijk naar de stad om er te werken. Ze poetsen schoenen, helpen mensen met hun inkopen te dragen tegen betaling, ze verkopen kleine dingen zoals plastieke zakken. Tegen de late namiddag keren de meesten terug en kunnen ze zichzelf en hun kleren wassen. Op kleine vuurtjes maken ze hun zelfverdiende eten klaar. Voor de meesten is dit bukari, bloem in water gekookt, met fretins, gedroogde visjes of sardienen. Om zich te kunnen ontspannen is er een veld om te basketten, voetballen of te volleyballen. 's Namiddags staat er steeds Congolese maar ook Amerikaanse muziek op zoals Shakira en Sean Paul. De jongens zijn gek van dansen en muziek. Zelfs de allerkleinsten hebben het ritme in zich. In de slaapzaal wordt er 's avond vaak een film gespeeld. Actie en geweld films, á la Van Damme, zijn uiteraard hun favoriete films. Anderen hangen wat buiten om te babbelen en te spelen.
De eerste maandag dat we daar waren, startten we onmiddellijk met ons eerste alfabetisatieles.
Fran?ois, een priester in wording, had samen met de twee aspiranten, Cellestin en Paulin, een klasje van 13 straatkinderen samengesteld. We hopen door middel van deze cursus, de kinderen zin te geven om naar school te gaan en het straatleven achter zich te laten.
In het begin was het voor onze lessen wat aftasten omdat sommigen al naar school waren geweest, en anderen niet. Het niveauverschil was dus enorm. We merkten snel dat het noodzakelijk was om met twee verschillende groepen te werken. Dat plan is uiteindelijk pas van start gegaan de week erop.
Deze week gaven we 4 keer les, telkens in de namiddag. Na de les gaven we ons creatief uurtje. De deur staat open, de kinderen kunnen binnen en buiten wandelen wanneer ze zin hebben om mee te doen. Het is belangrijk om hen niet te veel verplichtingen op te leggen en hen de kans te geven om zich creatief uit te drukken. Enkel voor de lessen proberen we hen erop te wijzen om steeds op tijd te komen zodat ze terug wennen aan de schoolstructuur. Eerlijk gezegd lukt dit enorm goed. We zien dat de kinderen erg gemotiveerd zijn en hun best doen om op tijd en dagelijks te komen.
Naast onze lessen gaan we ook een tweetal keer per week tijdens de voormiddag op huisbezoek met één van de sociaal assistenten van Bakanja Ville. De kinderen die gereïntegreerd werden worden opgevolgd aan de hand van geregelde huisbezoeken door de sociaal assistenten. Er wordt gepraat met de ouders, het kind en soms ook met de school om na te zien of het kind goed gereïntegreerd is. Soms gaan we ook mee op reïntegraties van kinderen die juist zijn aangekomen in Bakanja. We kunnen niet altijd mee omdat de situatie soms te complex is of omdat het als 'muzungu' niet altijd aangewezen is. Deze bezoeken vinden wij ontzettend interessant en leerrijk. Je leert zeer veel bij over de congolese cultuur, maar ook over de gezinsstructuur en ?cultuur. Sommige ouders doen echt hun best om in het Frans te praten zodat we kunnen volgen en participeren in het gesprek.
Het hoofddoel van de NGO OMM blijft het straatkind te reïntegreren in het gezin.Wanneer de ouders en het kind accepteren dat het kind terug naar huis komt, wordt er besproken of het kind al dan niet naar school kan gaan. Wanneer de ouders de financiéle middelen niet hebben om de school te betalen, kan het kind gratis school lopen in Bankanja Centre. Een voorwaarde is wel dat het gezin of een familielid in Lubumbashi woont. Kinderen die nog niet, of moeilijk gereïntegreerd geraken, maar toch graag naar school gaan, krijgen de kans om intern te worden in Bakanja Centre. Een voorwaarde is weer dat de familie in Lubumbashi woont. Waarom is dit zo? 60% van de straatkinderen komen vanuit de provincie Kasaï, 1000 km verder. Ze horen dat Lubumbashi, de tweede grootste stad van Congo, in bloei is en willen er komen werken. Deze kinderen kunnen niet naar school gaan in Bakanja Centre, omdat zo de band met de familie verbroken wordt en het de reïntegratie onmogelijk maakt.
Sinds dit jaar is er ook een tussenkomst mogelijk van het ministerie van sociale zaken. Stel dat het gezin te ver woont van Bakanja, betaalt het ministerie het inschrijvingsgeld voor een school in de buurt.
Saar geeft ook twee maal per week tijdens de voormiddag wiskundeles in Bakanja Centre. Ze geeft les aan een klas jongens die voor een lange periode geen school hebben gelopen en op straat hebben geleefd. Tijdens één á twee schooljaren probeert men deze jongens zoveel mogelijk bij te leren. Na die één á twee jaar worden ze dan doorverwezen naar één van de beroepscholen van OMM. Waar ze een beroep aanleren zoals lasser, schrijnwerker, mecanicien... Je kan het vergelijken met tweede kans onderwijs.
Die zondag gingen we met een aantal van de kleinsten van Bakanja Centre naar de Zoo. Er is een beetje geld opzij gehouden om met de kinderen uitstapjes te doen. Zo kunnen zij activiteiten doen, net als andere kinderen. De zoo zelf, stelde in onze ogen weinig voor, maar voor de kinderen was het plezant. Het doet hen deugd om even uit de vier muren van Bakanja Centre te zijn. We vragen wel steeds dat ze zich wassen en propere kleren aantrekken zodat het niet opvalt dat ze ex-straatkinderen zijn en er niet steeds op gewezen worden.
Week 4
De week was een beetje gelijkaardig. We gaven nu elke dag les aan twee verschillende groepen. In de voormiddag gingen we regelmatig mee op visite bij de gezinnen.
Vrijdag gingen we voor het eerst uit hier in Congo. We vertrokken met al de vrijwilligsters op stap. Zeven vrouwelijke muzungu's op stap, de congolezen wisten niet wat hun overkwam.
De zondag bezochten we Kipushi, een stadje wat verderop. We bezochten er de gevangenis. Hier zitten mannen vanuit de omstreek vanaf 18jaar. Het was er enorm klein. Het enige wat er was, was een kleine binnenplaats, 3 douches, 3wc's en 2 kamers met in elke kamer 6 stapelbedden voor in totaal 93 gevangenen !!!
Week 5
Deze maandag werd Saar 23 jaar. We hadden een cake klaargemaakt en een uur lang het eiwit te knoeien om het eiwit stijf te kloppen. 's Avonds kwam de gemeenschap van Bakanja centre en Magone eten. De sfeer zat er in. We aten uitgebreid, er werden sketches voorgedragen, gezongen... Net voor het slapengaan van de jongens, deelde Saar ter gelegenheid van haar verjaardag koekjes en lekstokken uit aan de kinderen. Eigenlijk was het echt een bevalling om dit georganiseerd te krijgen. Alle kinderen moesten we naar buiten krijgen, om vervolgens de koekjes uit te delen, hun zalf te geven en naar binnen te sturen.
Deze week leerden we de kinderen van ons klasje een frans liedje aan over de dieren met veel gebaren.Vooral de kleinsten waren er wild van. Voor hen was het helemaal nieuw omdat ze niet zo goed frans kunnen. De rest van de avond en de dagen erop, zaten ze het constant te zingen. Het was enorm grappig omdat vele nog fouten zongen.
We besloten om 's vrijdags tijdens de les wat rustigere en toffere dingen te doen. Elke vrijdag deelt de gouverneur van de provincie Katanga, waaronder Lubum valt, geld uit aan de straatkinderen. Sommige kinderen kopen er drugs of drank mee, anderen kopen iets lekkers om te eten of een radiootje. De kans dat ze in de stad blijven hangen, is wel groot.
Dit weekend speelden de +18-jarigen, die dus niet meer in Bakanja verblijven, een match tegen 'la maison des jeunes'. Het was zeven kilometer verder, dus namen we de taxibus. Met 34 kropen we in een taxibus, waar normaal gezien 20 mensen in kunnen. Wanneer de jongens een match spelen, gaat het er steeds hevig aan toe. Ze spelen om te winnen en zijn erg competitief. Bakanja won met 3-0. De terugweg was dus feest. Terug in de taxibus met 34 man al zingend richting Bakanja.
Zondagavond aten we, zoals elke zondag, in Bakanja Centre. Dit was de laatste avond van Francesca, een Italiaanse vrijwilligster. Na het eten verzamelde iedereen op de binnenplaats. De kinderen hadden sketches voorbereid zoals dansjes, rappen, toneeltje. Eén toneeltje stal echt de show. Iemand deed père Sèrge na, de anderen speelden Francesca en de kinderen na. Het was schitterend om te zien. De waarheid komt inderdaad uit een kindermond.